Het liturgisch centrum


 
De man, de kennis en de kunde.

Soms zijn er bijzondere zaken die nagenoeg onopgemerkt blijven. Iedereen heeft het druk en echt stil staan bij ogenschijnlijk onbelangrijke dingen die in je directe omgeving gebeuren is voor velen vaak net iets teveel gevraagd.
Als je daarentegen, hongerig naar de achtergrond van één en ander in de kerk aan de St. Domusstraat je ogen wijd opengesperd houdt en je wordt door een goede gids rondgeleid kan het niet missen of je raakt meer en meer geïnteresseerd in de voorwerpen die door de jaren heen hun plaats in de kerkzaal gevonden hebben. Aan het eind van die rondgang kun je eigenlijk maar één conclusie trekken: De man die dit gemaakt heeft, heeft niet alleen zijn sporen verdiend, hij heeft ze nog daadwerkelijk achtergelaten ook!


Theo Faber. De man. De maker.

Met een voltooide opleiding aan het conservatorium achter de rug werd hij veertig jaar geleden dé vaste organist van de Gereformeerde Kerk in Zierikzee. Niet alleen in de muziek bleek Theo Faber zeer kundig. Ook binnen het ambachtelijke vak van timmerman heeft hij zichzelf bewezen. In de loop der jaren wisten steeds meer mensen uit de kerk hem te vinden en dat resulteerde erin dat hij naast zijn enorme bijdrage aan de realisatie van de laatste verbouwing van de kerkzaal, halverwege de jaren negentig, ook kans zag tal van gebruiksvoorwerpen te creëren voor het liturgisch centrum in de kerk.


De sporen die Theo Faber her en der heeft achtergelaten hebben vaak niet alleen een diep religieuze betekenis, ze dragen nog een historisch element in zich ook. Zo is de oude eikenhouten preekstoel heel secuur ontmanteld en vervolgens gedeeltelijk gebruikt om de nieuwe verplaatsbare preekstoel vorm te geven. Daarnaast konden overige herkenbare ornamenten uit de oude preekstoel dienst doen als meubel waarin de collectezakken hun vaste plaats kregen.

De relatie tussen dit meubel en de preekstoel wordt gevormd door in totaal dertien vierkanten. Vier verwerkt in het offerblok en de overige negen in de preekstoel. Voor het getal dertien schrikken wij doorgaans terug. Toch vormt dit getal de som van Jezus en zijn twaalf discipelen.
Bewust of onbewust gekozen, dit gegeven op zich kan aanleiding zijn om daar eens dieper over na te denken.


Wat opvalt bij een eerste globale indruk van het liturgisch centrum is de harmonie in de gekozen materialen en de wijze waarop één en ander in relatie tot elkaar is gebracht. De overige door Theo vervaardigde ornamenten van het liturgisch centrum bestaan uit een staande lezenaar een kandelaar voor de Paaskaars, de doopvont en de tafellezenaar op de liturgietafel. Bij nadere beschouwing, en dat is echt de moeite waard, ontdek je dat Theo Faber zich aan de basis van zijn creaties steeds opnieuw geïnspireerd weet door het getal drie van de heilige drie-eenheid. Vader, Zoon en Heilige Geest. Deze keuze vertelt ons dat dit het werkelijke fundament is van ons kerk-zijn.


De staande lezenaar staat op drie poten, de drager voor de lezenaar verandert van een achthoek aan de basis naar een cirkelvorm aan de top.

De kandelaar voor de Paaskaars kenmerkt zich als volgt: Een platte in drie gelijke delen verdeelde- en met passtukken gemarkeerde cirkel als basis, vanwaaruit drie ronde dragers uiteen wijken en de eveneens cirkelvormige kaarsenhouder ondersteunen.


Ook de doopvont is op dezelfde wijze gevormd met dat verschil dat hierbij de dragers niet naar de top toe van elkaar wijken maar juist steeds meer met elkaar lijken te vergroeien.



Het grondvlak van de tafellezenaar wordt eveneens gevormd door een in drie gelijke delen, hier enigszins bolvormige platte cirkel. In het midden hiervan is een zuiltje opgericht. De basis van dit zuiltje is rondom achthoekig afgevlakt en voorzien van tongvormige elementen die verwijzen naar de vurige tongen van het Pinksterfeest, naar de Heilige Geest. In de opgaande beweging naar de houder voor de uit te spreken teksten toe, zien we de achthoekige peiler geleidelijk veranderen in een cirkel.

Wat opvalt is het enorme gewicht van deze lezenaar. Theo heeft er kans toe gezien om onzichtbaar een loden last in dit zo licht ogende object te verwerken. Het geeft letterlijk gewicht aan G'ds zaak maar ook blijkt hieruit dat de maker oog heeft gehad voor problemen die je beter kunt voorkomen dan genezen.

Daarnaast spreekt het gegeven dat bij het ontwerpen van het krukje in de preekstoel rekening is gehouden met het zitvlak van de voorganger, boekdelen.


De toegepaste technieken om één en ander gebruiksvriendelijk te maken zijn vaak ongekend ingenieus uitgevoerd. Alle lezenaars zijn van een mechaniek voorzien waardoor ze in hoogte verstelbaar zijn. Het Psalmenbord blijkt een zodanige constructie te hebben dat je het langs de muur naar beneden kunt laten zakken. Het aanpassen van de tekst is zodoende geen halsbrekende toer meer.

De constructie waardoor de preekstoel verplaatst kan worden is er één waar ongetwijfeld heel veel denk- en puzzelwerk aan vooraf is gegaan. Dat de verplaatsbare preekstoel niets aan stabiliteit zou mogen inboeten en ook nog verantwoord betreedbaar moest zijn waren gegevens die van Theo werkelijk alle aandacht kregen.


Als je ondergedompeld in al die kennis meent de kerk in alle rust te kunnen verlaten kan het niet missen of je wordt alsnog geraakt door het indrukwekkend ogende orgel in harmonie met de balustrade ervoor. En passant kom je er achter dat de realisering van de balustrade een verhaal apart is waar Theo samen met anderen de nodige overtuigingskracht, uren werk en liefdevolle aandacht aan besteed heeft.

Je dan realiserend dat de man in kwestie naast het visualiseren van zijn geloof en zijn kunde in tastbare vormen ook nog eens in staat is, onder meer in deze kerk, heel fijngevoelig de mooiste orgelklanken ten gehore te brengen, dan is het logisch dat je vervolgens tot de conclusie komt dat die man, Theo Faber, hier letterlijk van begin tot eind, verstaan heeft wat het zeggen wil in alle stilte en bescheidenheid G'd te dienen met hart en ziel.


tekst: Hedi Bogaers†
foto's: Wim Bom
Zierikzee, mei 2003