In het park

VERTELLER: In deze kersttijd is het park ingevuld met "living statues"; levende beelden. Een dame loopt enthousiast om de beelden heen en bekijkt ze zorgvuldig. Een fotografe neemt haar kans waar om mooie foto’s te maken van deze prachtige beelden. Zij moest toch in het park zijn want zij heeft een afspraak met het bruidspaar Daphne en Daan. Zij gaan vandaag trouwen. Eerst komen ze nog wat foto´s maken in het park.

 

DINA: Beeldig! Die beelden. In één woord, beeldig! Vind u ook niet, fotografe?

De FOTOGRAFE: (druk aan het werk) Ja, ja, beeldig. U staat in het licht. Ga eens opzij.

(het bruidspaar verschijnt)

DAPHNE: Ha fotograaf, hier zijn we dan.

DINA: Oh wat beeldig! Een bruidspaar!

DAPHNE: Mooi he? (draait een pirouette om haar jurk te tonen)

DINA: Beeldig! In één woord. Beeldig Fijn dag hoor! Veel geluk

DAPHNE: Wat een mooie beelden! Wat knap dat ze zo lang stil kunnen staan

FOTOGRAFE Dat vind ik ook. Ik heb net al heel wat foto’s en ik hoefde niet te zeggen; sta nou eens stil.

DAAN: Haha, ik hoop dat wij ook stil kunnen staan.

VERTELLER: De fotografe hoopt dat ook. Zij gaat met het bruidspaar aan het werk. Zij laat hen bij de beelden staan in allerlei houdingen. Zij moet wel eens ingrijpen…..

FOTOGRAFE: (het bruidspaar tuit de lippen) Nee, niet weer kussen. Daar hebben we al genoeg foto’s van. Kijk nu maar naar het beeld. Goed zo.

DAPHNE: Nu nog een foto bij dát beeld.

FOTOGRAFE: Daar heb ik niet genoeg licht. We gaan hier een foto maken.

VERTELLER: En dat kwam goed uit want het beeld dat Daphne uitgekozen had is een beetje verkouden. Kijk maar, hij pakt stiekem zijn zakdoek erbij. Gelukkig heeft niemand het gezien.

FOTOGRAFE: Pak haar hand en kniel voor haar. Net als toen je haar ten huwelijk vroeg. (Het bruidspaar barst in lachen uit.)
Heb ik iets verkeerds gezegd? (Het bruidspaar verandert van houding: de bruid knielt voor de bruidegom) Kan ook natuurlijk. Kom, we gaan nu nog foto’s maken in de studio.

VERTELLER Als het bruidspaar en de fotografe weg zijn zuchten de beelden van verlichting. Eindelijk kunnen ze bewegen. En het verkouden beeld kan even hoesten en proesten.

DUUK: Ik ben zo blij dat ze weg zijn. Ik hield het niet meer. Mn neus kriebelde zo.

DORA: En ik dan. Ik kon m’n lachen haast niet houden. Zag je hoe verliefd ze waren?

DIEWERTJE: Wat een mooie bruidsjurk he?

DORA: Jaaa, beeldig! (ze lachen allemaal)

DIEWERTJE: Psssssttt Diana... (een oude dame met rollator nadert, de beelden verstijven. De dame nadert voetje voor voetje en gaat pontificaal voor een beeld op haar rollator zitten om het eens goed te bekijken. De beelden krijgen het er benauwd van. Duuk, achter de dame, maakt een sniffend geluidje. De dame kijkt om maar ziet geen beweging bij Duuk. Ze denkt dat ze zich vergist heeft en kijkt weer voor zich. Maar dan kan Duuk zijn hoest niet meer ophouden. De oude dame schrikt ervan, valt bijna van haar rollator en maakt zich snel uit de voeten.)

DUUK: Ohhh ik heb haar laten schrikken. Ik kon er niks aan doen hoor. Ik hield het niet meer. Hatsjoe

(ze lachen allemaal. Dirk, een stoere jongen met tatoeages op zijn armen en gezicht komt aanlopen. Hij is bevriend met Diewertje.)

DIRK: Heee, wat een pret. Dat kan toch niet?

DIEWERTJE, hoe laat ben je klaar hier?

DIEWERTJE: Ha Dirk, over 5 minuten al. Ik kom……. ….oh oh….! Er komen toeristen aan.

(Dirk staat bij Diewertje en bevriest ook. De toeristen hebben een telefoon in hun hand en maken selfies bij de beelden. Vooral bij Dirk. Ze vinden zijn tatoeages interessant.)

VERTELLER: Dirk blijft van schrik ook als een beeld staan. De toeristen vinden hem het mooiste beeld en maken selfies met hem op de achtergrond. Dirk krijgt het er warm van.

DOUTZEN: (terwijl ze een selfie maakt) Me en het stoere beeld.

DYLAN: Mooie tattoos! Gaaf! Zal ik ook tatoeages nemen?

DOUTZEN: Jaaaa. Dylan: Nee, toch maar niet.

DOUTZEN: Hahaha, je durft niet. Dan ga ik maar met dit beeld op de foto.

(Ze maken nog wat selfies en vertrekken. Zodra ze uit het zicht zijn moet de arme Duuk weer hoesten)

VERTELLER: Oei wat heeft Duuk het weer benauwd gehad. En niet alleen hij; Dirk zucht ook van opluchting. Niks voor hem; beeld zijn. Gelukkig zit voor alle beeldjes de tijd er op. Iedereen kan naar huis. Intussen maakt de fotografe in de studio de laatste foto van het bruidspaar.

Fotostudio

FOTOGRAFE: En de laatste; nog een keer lachen naar het vogeltje.

(Het bruidspaar kijkt schaterend van de lach naar de lucht op zoek naar het vogeltje.)

DAAN: Waar is het vogeltje?

DAPHNE: Ik zie geen vogeltje fotograaf!

FOTOGRAFE: Ja, maak er maar een grapje van. Zo kan ik niet werken, we stoppen ermee. Fijne dag nog. En ja zeggen hé?

DAPHNE: Ja!

DAAN Nee, niet tegen háár. Straks, tegen mij.

(Gierend van de lach vertrekt het bruidspaar De fotografe draait het bordje op haar deur om. Haar winkeltje is weer open.)

VERTELLER: De fotografe doet haar winkeltje weer open en meteen komt de eerste klant er aan; Doortje. Ze wil een portretfoto laten maken. Maar dat gaat niet zo makkelijk

FOTOGRAFE: Kijk maar recht in de lens. Ja prima. Even stil zitten. (Doortje draait haar hoofd naar rechts net voordat de fotografe de foto wil nemen.) Hé waarom draai je je hoofd nu? Kun je niet even stil zitten?... Nou, daar gaan we weer. Je hoofd even stilhouden hé? (En weer draait Doortje haar hoofd naar rechts) Zit nou toch stil!

DOORTJE: Ik wil alleen de linkerkant van mijn gezicht op de foto.

FOTOGRAFE: Waarom alleen je linkerkant?

DOORTJE: Nou kijk, mijn mond is niet helemaal recht. Deze hoek zit hoger dan die andere.

FOTOGRAFE: Nee hoor, daar zie ik niks van. Maar goed de foto is nu al genomen. Volgende keer wel stilzitten, oké?

VERTELLER: Daar komt de volgende klant al. Het is Diewertje, een van de levende beelden uit het park. Zij komt de fotografe iets vragen.

DIEWERTJE: Dag fotograaf. U hebt vanmorgen foto’s gemaakt in het park. Kunt u die foto’s ook bewerken?

FOTOGRAFE: De foto’s bewerken? Denk je dat ik geen goede foto kan maken?

VERTELLER: Diewertje vraagt of de foto’s die in het park gemaakt zijn, in de etalage komen. En dat is inderdaad het geval. En de mooiste komt ook in de krant te staan. De fotografe gaat er zelfs een opsturen naar een fotowedstrijd. Diewertje schrikt er een beetje van. Het vervelende is dat ze nu juist zo’n lelijk puistje heeft. Precies op haar neus. Kan dat weggewerkt worden? En dat de kleur van de kleding haar niet zo mooi staat. Kan de fotografe de blouse wellicht rood maken?

FOTOGRAFE: Het spijt me, daar ga ik niet aan beginnen. Ik ben geen kunstschilder.

(Diewertje vertrekt huilend De fotografe kijkt haar vertwijfeld na Dan komt er een stel binnen: Daisy en Dominique)

DOMINIQUE: Wij willen samen op de foto. Wilt u een mooie foto maken?

VERTELLER: De fotografe doet erg zijn best. Zij maakt foto’s met een groothoeklens, met een gefilterd licht, met een gekleurde achtergrond, met een witte achtergrond. Zittend, staand, gehurkt, naar elkaar kijkend, of juist niet. Zij laat zijn klanten steeds het resultaat zien op het venster van haar camera. Maar deze klanten schudden vertwijfeld hun hoofd en na veel afgekeurde foto’s verlaten ze teleurgesteld de studio van de fotografe. Klanten komen klagen, ze volgen elkaar snel op. De fotografe luistert eerst maar doet op den duur haar handen voor de oren.

DEBORA: Fotograaf, ik ben niet tevreden over deze foto. Kijk eens, het lijkt wel of ik ziek ben. Ik zie nogal bleekjes. Heeft u wel het juiste licht gebruikt?

DENNIS: Zeg fotograaf, u heeft een foto gemaakt van mijn vrouw. Maar, deze foto kan ik toch niet op mijn bureau zetten? Wat zullen mijn collega’s ervan denken. Dat ik met een heks getrouwd ben?

DOORTJE: Wilt u een andere foto van mij maken? Ik vind mijn rechterkant toch eigenlijk beter dan de linkerkant.

DAAN: De foto’s van mijn bruiloft zijn niet goed hoor. Ik lijk er niet op mezelf.

DAVINA: Ik ben echt niet blij met deze foto. Ik lijk veel dikker dan mijn zus! Dat is echt niet zo hoor. Ik ben veel slanker dan mn zus. Deze foto is niet goed! Ik wil een andere.

DINA: Kúnt u wel foto’s maken eigenlijk?.

DOMINIQUE: Ik kom hier nooit meer!

DOORTJE: Ik maak zelf wel een foto.

DAISY: Ik ook

DOMINIQUE: Ik wil mijn geld terug.

DINA: Ik kom hier nooit meer!

DEBORA: Nooit meer!

 

(Alle klanten maken selfies. Ze lachen naar hun fototoestel en maken veel foto’s van zichzelf van alle kanten. Steeds controleren ze of de foto gelukt is maar ze zijn nooit tevreden.)

VERTELLER: De fotografe doet haar winkel op slot. Ze is moe en verdrietig. Wat is er toch aan de hand? Ze doet zo haar best om van iedere klant een mooie foto te maken maar de klanten zijn nooit tevreden. De fotografe kijkt eens naar haar camera. Is de lens misschien niet goed meer? Of beeft haar hand zodat zij geen scherpe foto’s kan maken? Zijn haar ogen niet meer? Ze pakt de krant er bij om met de kleine lettertjes haar ogen te controleren. Dan valt haar oog op een advertentie. Er staat: Leren fotograferen is leren kijken Kom naar de fotografenacademie De fotografe besluit om weer naar school te gaan. Naar de fotografenacademie

Fotografenacademie

FOTOGRAFE: Goedendag, ik kom voor de lessen over fotografie.

LERAAR: Dag fotografe Debbie. Welkom!

FOTOGRAFE: Oh…. u kent mij?

LERAAR: Ik wist al dat je zou komen

FOTOGRAFE: Nou, ik weet niet wíe over mij geklaagd heeft. Maar ik doe altijd erg mn best.

LERAAR: Dat weet ik. Het komt goed.

VERTELLER: De fotografe vertelt dat hij best een goede fotografe is, dat ze scherpe foto’s kan maken. En dat ze een Nikon spiegelreflex D3500 heeft met een zoombereik van 29 tot 210 mm en een diaframawaarde van……. (de leraar onderbreekt haar)

LERAAR: Dat doet niet ter zake. Zijn jouw ogen goed?

FOTOGRAFE: Ja! Natuurlijk, anders zou ik geen fotografe kunnen zijn toch?

LERAAR: Je ogen zijn dus goed. Maar kun je goed kijken?

FOTOGRAFE: Ja dat zeg ik net. Er mankeert niks aan mijn ogen.

VERTELLER: De fotografenleraar vertelt dat er meer nodig is dan een dure camera en goede ogen. Een fotografe moet niet alleen door haar lens turen. Het gaat niet om het mooie scherpe plaatje, maar om de mens. Ieder mens heeft een beeld van zichzelf. En dat beeld komt vaak niet overeen met het beeld dat de fotografe maakt. Het is haar taak om de mensen blij te laten worden van wat de foto laat zien. De fotografe moet goed leren kijken naar de persoon die voor zijn lens staat. De leraar vertelt dat ieder mens geschapen is naar het beeld van God. En dat het een mooie taak is om dat beeld vast te mogen leggen. Oh ja, de leraar zei ook nog dat hij binnenkort een baby zou mogen fotograferen. Een baby die mensen komt redden. De fotografe begrijpt er helemaal niets van. Ze loopt vertwijfeld naar huis en doet haar winkeltje maar weer open.

Fotostudio

DIONNE: Dag fotograaf, alstublieft. De post

VERTELLER: De postbode brengt een flinke stapel post. Het zijn Kerstkaarten dat ziet de fotografe zo al. Ze gaat er eens lekker voor zitten om de kaarten te bewonderen. Er is ook een brief bij. Die eerst maar. In de brief staat dat een van de foto’s die ze in het park heeft gemaakt van de levende beelden een prijs heeft gewonnen. De jury vindt dat de foto een natuurgetrouw beeld is van een onzeker maar mooi meisje. De fotografe maakt een rondedansje. Hij is heel blij dat juist deze foto van het levende beeld waardering krijgt.

(de fotografenleraar staat opeens in de studio)

LERAAR: Goedemorgen fotograaf Heb je tijd om een portretfoto van mij te maken?

FOTOGRAFE: Ja natuurlijk. Wat een eer dat ik een foto van u mag maken. Hoe wilt u dat ik…eehhh…u mag zeggen…

LERAAR: Nee, jij bent de fotograaf. Jij fotografeert me zoals je mij ziet. Kijk eerst maar goed.

FOTOGRAFE: Tja, ik zie een vriendelijk persoon. Iemand die naar me lacht. Iemand die ik vertrouwen kan. Iemand die…..het is misschien gek hoor maar ik zie….. een mooi mens.

LERAAR: Nou, ik glunder ervan. Maak van dit mooie mens maar een mooi portret.

VERTELLER: De fotografe kijkt door haar lens, kijkt nog eens, en kijkt nog eens. Pas als ze genoeg gekeken heeft durft ze pas te klikken

LERAAR: Debbie, ik heb nog een opdracht voor je. Een heel belangrijke opdracht. Pak je camera en kom met me mee.

VERTELLER: De leraar neemt de fotografe mee naar de kerststal. Daar is het een drukte van belang. Veel mensen verdringen zich om de kribbe waar Jezus ligt. Jozef en Maria tonen vol trots hun zoon.

Kerststal

MARIA: Kom maar dichterbij hoor. Dan kun je hem beter zien.

JOZEF: Mag ik jullie voorstellen aan Jezus, de zoon van God.

MARIA: Hij lijkt een gewone baby. Maar hij is heeeeel bijzonder.

VERTELLER: Jozef vertelt dat God als mens geboren is zodat wij hem kunnen zien. Hier in deze stal omdat er geen plek voor hem was in heen huis of hotel. De zoon van God ligt in de voerbak van de schapen. De schapen staan er verwonderd naar te kijken. En Maria zegt ontroerd; Kom dichterbij, kijk en verwonder je. Want wat lijken wij op hem.

JOZEF: Wat zie ik daar? Heeft u een camera bij u? Wilt u een foto maken van Jezus?

MARIA: Van ons allemaal. Kom erbij, allemaal.

LERAAR: Doe je werk fotograaf Debbie! Dit beeld, van de zoon van God in ons midden, zal de hele wereld over gaan.

(FOTOGRAAF DEBBIE maakt de groepsfoto)

EINDE



Spelers: Sylvie en Jesca den Boer, Ruben en Daniël van der Bijl, Sanne en Thijs de Bruine, Dustin en Serena Erades, Fiene Goudzwaard, Vera Hamstra, Gao Yuan Hanse, Koos Hanse, Saar van Heukelom, Valentijn en Silas Hulsken, Lucas Joppe, Jens en Tim Kouijzer, Noud en Tim van der Paal, Sarah Ringelberg, Julian en Leonie Vrolijk.

Tekst: Nelleke Tamerus

Regie: Lies Hanse

Productie en organisatie: Esther v.d. Schee

Decor en toneelondersteuning: Jaap Jan den Boer, Hanneke van der Bijl, Lars en Frank Gabriëls, Kees en Suzan Hanse, Saskia, Reggie en Isabella Hulsken, Marije Kouijzer, Jordy van der Krieke, Giel van Leeuwen en vele anderen.

Fotografie: Peter Kouijzer


ACHTER DE SCHERMEN>>>

naar het overzicht