Verteller: We brengen vandaag een bezoekje aan De Klimopschool. De Klimopschool is een erg gezellige school. Alle kinderen uit de buurt gaan er naar toe. Laten we het lokaal van groep 6 eens binnen gaan. Dat is de klas van Juf Rosa. Juf Rosa doet haar best om de kinderen van alles te leren. Niet alleen wat in de boekjes staat. Ze vindt het ook belangrijk dat de kinderen leren samenwerken, leren delen, met elkaar spelen, voor elkaar opkomen én voor zichzelf opkomen. Ze wil graag dat de kinderen in haar klas een leuke schooltijd meemaken. Ze heeft op de muur van haar lokaal de tekst MAAK HET MEE geschreven.

Groep 6 krijgt deze morgen geschiedenisles. Juf Rosa heeft net verteld dat er heel vroeger veel bos was in Nederland. De mensen woonden in hutjes, gemaakt van klei en takken. Ze zochten bessen en noten om te eten. Of ze jaagden op een wild zwijn of een hert.

Alle kinderen steken hun vinger op

Juf Rosa: Kinderen gingen niet naar school, want er waren nog geen scholen. Er waren ook geen auto’s, geen fietsen, geen televisie.
Anton: Wat saai.
Juf Rosa: Helemaal niet saai. De kinderen speelden de hele dag. Ze klommen in bomen, ze zwommen in riviertjes, ze hielpen hun vader met de jacht, ze leerden vuur maken met stenen en hout.
Anna: Hoe lang is dat geleden juf?
Alfred: Hahaha een week geleden, want toen was onze televisie stuk en toen ging ik buiten spelen…..
Juf Rosa: Grappig Alfred. Grappig. Goeie vraag hoor Anna. Het is meer dan 1000 jaar geleden of zelfs 2000 jaar. Weet iemand in welk jaar we nu leven? (Antje steekt haar vinger op)
Antje?
Antje: In 2016 juf.
Juf Rosa: Heel goed Antje. En kennen jullie belangrijke jaartallen? Wanneer was bijvoorbeeld de watersnoodramp? (Alle kinderen steken hun vinger op, de juf wijst enkelen aan).
Aafke: De watersnoodramp was in 1953.
Anton: In 1940 begon de oorlog.
Alex: Ja, dat wilde ík ook zeggen.
Alfred: 2006 is een belangrijk jaar, want toen ben ik geboren.
Juf Rosa: Dat is dan inderdaad een belangrijk jaar. Weten jullie ook wie er werd geboren in het jaar nul? (Bart steekt zijn vinger op maar de juf ziet het niet. Ze kijkt net richting de deur)

vertellerVerteller: Pssst… Juf Rosa is verliefd. Ze is verliefd op meester Jan. Meester Jan is de directeur van de school. Altijd als meester Jan de klas van groep 6 inkomt, krijgt Juf Rosa rode wangen. Heel vaak kijkt Juf Rosa richting de deur alsof ze hoopt dat Meester Jan binnen zal komen. Nu kijkt ze ook al weer die kant uit. Daarom ziet ze niet dat Bart zijn vinger opsteekt.

Juf Rosa: Niemand? In het jaar nul werd Jezus geboren. (Bart laat teleurgesteld zijn vinger weer zakken) Dáár denken we altijd aan als het Kerst is. Het is al weer snel Kerst. We zullen binnenkort eens kijken of we de Kerstliedjes nog wel kennen. Maar voor nu is het al weer tijd voor het speelkwartier. Denk erom, als jullie straks buiten zijn: Maak het mee! Let op elkaar, speel met elkaar! Iedereen mag meedoen. Wie wil er vandaag bellen? (alle kinderen steken hun vinger omhoog en roepen; ikke, ik juf, mag ik?)

bellenVerteller: In de gang hangt een bel. De bel wordt geluid als de school uit- gaat en ook als het speelkwartier begint. Kinderen mogen de bel luiden, iedere keer iemand anders. Het is een gewild karweitje. Deze maand mogen de kinderen van groep 6 de bel luiden.

Juf Rosa: Antje, jij mag.

Verteller: Bart is klein. Iedere dag steekt hij zijn vinger zo hoog mogelijk op maar juf Rosa ziet hem steeds over het hoofd. Zo gaat dat een paar weken door. Maar op een mooie dag zegt Juf Rosa toch...

Juf Rosa: Bart, jij mag de bel luiden. Alle anderen blijven zitten. Denk erom, als jullie straks buiten zijn; (ze wijst naar de tekst op de muur) Maak het mee! Speel met elkaar!
(Bart komt terug zonder dat hij de bel heeft geluid)
Wat is er Bart?
Bart: ik kan niet bij de bel juf. Hij hangt te hoog.
Juf Rosa: Dan moet Anton het maar even doen. Anton? (Bart is teleurgesteld)
Anton: Ik ga al juf.
(De bel klinkt en alle kinderen gaan naar buiten. Juf Rosa ruimt nog wat op in haar klas. Meester Jan komt binnen.)
Meester Jan komt binnenMeester Jan: Dag Rosa. (Juf Rosa laat van schrik een stapel schriftjes vallen) Hoe is het vanochtend? Zijn de kinderen gehoorzaam?
Juf Rosa: Nee hoor. Uh.. ik bedoel… ja hoor. Ja … ja… 't gaat best.
Meester Jan: Mooi. Ik moet je wat vertellen.
Juf Rosa: (hoopvol) Oh…. nou….
Meester Jan: Net als andere jaren zullen de leerlingen weer kerststukjes maken in de klas. Dit keer met de opdracht een stukje te maken voor een persoon die zij belangrijk vinden in hun leven. Ik kom het binnenkort even in de klas vertellen.
Juf Rosa: (teleurgesteld) Oh...bel

- OP HET SPEELPLEIN -

Verteller: Intussen spelen de kinderen op het schoolplein. Ze hebben net tikkertje gedaan. Daarna "schipper mag ik overvaren" maar dat liep uit op ruzie omdat Alfred wilde dat iedereen op z’n handen ging lopen.
In het spel wat ze nu spelen gaat het erom wie de sterkste is. De kinderen hebben hun handen tegen elkaar en duwen zo hard mogelijk. Wie achteruit stapt heeft verloren. De meisjes zijn aan elkaar gewaagd, bij de jongens is het steeds dezelfde die verliest.

schoolplein

Bart op afstandAnton: Nou Bart, doe eens wat meer je best. Zo vind ik er niks aan.
Alfred: Jij kunt beter met de meiden meedoen, Bart. Alex, kom op. Wij nog een keer.
Bart: (tegen de meisjes) Mag ik met jullie meedoen?
Anna: Nee natuurlijk niet. Jij bent een jongen.
Aafke: Jij moet met de jongens meedoen, niet met de meisjes.
Antje: Precies.
(Bart stapt wat naar achter en blijft op een afstandje staan kijken)

- IN HET HUIS VAN BART -

Verteller: Bart is best een beetje verdrietig dat hij niet zo groot en sterk is als de andere jongens. Terwijl hij de weg naar huis loopt bedenkt hij hoe hij snel kan groeien en sterk worden. Hij zal zoveel mogelijk groente eten want zijn moeder zegt altijd dat je dat nodig hebt om te groeien. En brood met pindakaas. Bovendien is Bart van plan te gaan trainen om spierballen te krijgen. Eenmaal thuis begint hij er meteen mee.

Moeder: Zooho Bart, neem je nóg een boterham? Heb je zo’n honger jongen?
Bart: (knikt met mond vol) ja.
Moeder: Nou eet maar goed hoor, je moet er nog van groeien.
Bart: (knikt driftig met mond vol).

Verteller: Bart eet zo veel hij kan. Hij wil groeien. En wel meteen. En sterk worden. Ook meteen. Hij vraagt zijn vader om met hem te trainen.

Trainen met vaderVader: (laat Bart winnen) Tjonge wat ben jij sterk zeg! Je duwt me helemaal omver.
Bart: U moet het wel echt doen! Ik wil niet winnen, ik wil sterk worden.
Vader: In dat geval. Kom maar op. Laat je spierballen maar zien. (Bart duwt zo hard hij kan)
Duw je al?
Bart: grgruu
Vader: (plagend) Vrouw, geef intussen maar koffie hoor. Bart moet zich nog even opwarmen.
Moeder: Maak nou geen grapjes. Bart wil écht sterk worden. Help hem liever.

Verteller: Vader stopt met grapjes maken en adviseert zijn zoon om te beginnen met gewichtheffen. Hij geeft hem in iedere hand een pak suiker.

hoog houdenVader: In iedere hand een kilo en nu je armen tegelijk omhoog.
Bart: Dat is veel te makkelijk.
Vader: Doorgaan! Over 10 minuten zeg je niet meer dat het veel te makkelijk is. En even hoog houden. Vijf seconden. Eén - twee - drie - vier - vijf. Naar beneden en opnieuw hoog houden. (Bart krijgt al snel moeite met het omhoog brengen van zijn armen. Hij blijft doorgaan totdat hij echt niet meer kan).

Verteller: Bart traint en traint. Het valt hem erg tegen. Zelfs een pakje suiker wordt zwaar als je hem zo vaak omhoog moet krijgen. Hij houdt vol tot hij echt niet meer kan. De volgende dag op school heeft hij zoveel spierpijn dat hij zijn vinger niet meer kan opsteken. Dat is jammer want juf Rosa vraagt juist …

-IN DE KLAS-

Juf Rosa: Wie wil er koffie halen voor mij? (alle kinderen steken hun vinger zo hoog mogelijk op. Bart krijgt hem tot halverwege) Antje, ga jij maar. Zeg netjes dank u wel tegen meester Jan.
Antje: Zal ik hem de groeten doen van u?
Juf Rosa: Ja. Nee! Doe maar niet. (Antje gaat weg)
Juf Rosa: Wij zingen gewoon door. Aafke, jij zingt het couplet. Het refrein zingen we allemaal mee.
(Er is muziekles, de kinderen hebben een instrument, Aafke zingt een vertederend kerstliedje. De anderen maken muziek. Juist als ze klaar zijn met het lied komt Antje terug met de koffie. Meester Jan is bij haar)
.
Meester Jan: Ik kom de koffie persoonlijk brengen. Ik moet ook iets vertellen.

vertellerVerteller: Meester Jan vertelt over de kerststukjes. Elk kind maakt een eigen stukje en stopt er een briefje bij. Dat deden ze elk jaar al maar nu mogen de kinderen zelf bedenken aan wie ze het kerststukje zullen geven. Meester Jan zegt dat ze het moeten geven aan iemand die belangrijk voor hen is. En het leuke is, er komt een artikel in de krant. En ja hoor, Juf Rosa heeft wéér rode wangen gekregen.

Alex beltMeester Jan: Ik heb zo lang staan praten dat het al tijd is om de bel te luiden. Wie wil? (alle vingers omhoog)
Alex: Bart, jij kan er tóch niet bij.
Meester Jan: Ga jij dan maar, Alex.
Alex: Joepie.

bel

- IN DE GYMZAAL -

Verteller: Na het speelkwartier gaat groep 6 gymmen. Meneer Spring geeft opdracht om 2 groepen te vormen. Anna en Aafke mogen de namen noemen van degenen die zij in hun groep willen. Ze kiezen als eerste de kinderen die snel en sterk zijn zodat ze met hun groep kans maken om te winnen.

speelplein

Anna: Anton.
Aafke: Antje.
Anna: Alex.
Aafke: Alfred.
Anna: Ah, jammer, die had ík graag. Bart dan maar.

Verteller: Tja, Bart is nu eenmaal niet groot en sterk. De meisjes zijn bang dat hij de bal niet zal kunnen pakken. Bart is er niet boos om, wel verdrietig. Hij neemt zich voor om nog veel meer te trainen. Als de school uit is loopt hij snel naar huis en pakt de suikerpakken weer op.

- IN HET HUIS VAN BART -

Bart traint weer met pakken suikerMoeder: Ach Bart toch, waarom wil je zo graag sterk worden?
Bart: En groot.
Moeder: Groot en sterk. Kom eens hier, stop eens even (ze pakt de suikerpakken uit zijn handen). Jij bént groot en sterk. Het is alleen niet zichtbaar, het zit bij jou van binnen. Jij bent slim, jij bent een doorzetter. Dat is meer waard dan spierballen. Kijk naar wat je wél kunt in plaats van wat je niet kunt. Kijk eens naar….eh.. onze burgemeester. Is hij groot en sterk? Nee toch. Maar hij is wel de baas.
Bart: Ja. Maar hij kon vast wel bij de bel toen hij op school zat.

Verteller: Bart traint iedere dag en eet zoveel hij kan. Maar hij wordt niet snel groot en sterk. Intussen is het bijna Kerst. De kerststukjes zijn gemaakt door de kinderen. Zij hebben er een briefje bijgestopt. De mooie stukjes staan klaar om weggebracht te worden. Meester Jan komt de klas in met een journalist van de krant en een fotograaf. De fotograaf maakt allemaal foto’s van de kinderen en hun kerststukjes.

-IN DE KLAS-

Kinderen met de kerststukjes

Journalist: Jullie kerststukjes zijn werkelijk prachtig geworden. Ik ga er een mooi artikel over schrijven voor de krant. Ik ben eigenlijk ook heel benieuwd aan wie jullie ze gaan geven en wat jullie op de briefjes hebben geschreven.
Meester Jan: Kinderen, willen jullie de briefjes voorlezen?
Juf Rosa: Alex begin jij maar.
Alex: Ik wens u fijne Kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar.
Anton: Veel plezier met dit kerststukje. Af en toe water geven.
Anna: Dit is voor u. Komt u bij ons Kerst vieren? Wij eten dan altijd lekkere dingen. Wij wonen in Zierikzee. In een huis met een groene voordeur. Dag!
Antje: Prettige Kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar. Kusje van Antje.
Aafke: Er zitten rode ballen in, dat zijn eigenlijk sterren. En dat klokje kan echt geluid maken. Het groene spul heet oase. Daar moet water op. Ik hoop dat u het mooi vindt. Lieve groetjes van Aafke.
Alfred: Ik heb dit voor u gemaakt. Mijn naam is Alfred. Ik hoop dat u er vrolijk van wordt.
Bart met zijn kerststukjeJournalist: Wat een lieve briefjes allemaal. (tegen Bart) En jij jongen, wat staat er op jouw briefje?

Verteller: Onverwacht komt er een vreemde mevrouw het klaslokaal in. Mag ik even binnen komen, vraagt zij aan meester Jan. En tegen de kinderen zegt ze:

Een vreemde mevrouw

De Engel: Dag lieve kinderen. Ik wil jullie iets heel bijzonders laten zien. Iets waar je bij moet zijn. Wat je mee moet maken. Waar je blij van wordt. Meester, mogen de kinderen met me mee?
Journalist: Ho, ho, wacht even, we waren nog niet klaar hier.
Fotograaf: Deze jongen wilde juist zijn briefje voorlezen. Kan dat nog even?
De Engel: Natuurlijk. Ik ben benieuwd wat hij heeft opgeschreven.
Meester Jan: Toe maar Bart.
Bart: Het kaarsje kan echt branden. Ik ben klein en niet zo sterk maar ik kan wel mooie kerststukjes maken. Ik hoop dat u fijne Kerstdagen hebt en dat u niet eenzaam bent. Misschien wordt er op uw bel gedrukt. Wij hebben een bel op school maar ik ben daarvoor te klein. Ik hoop dat ik snel ga groeien. Ik wil graag groot zijn. Mijn moeder zegt dat ik groot ben van binnen. Maar daar heb je niks aan als je wilt bellen. Groetjes van Bart.
De Engel: Wat een mooie brief Bart. Je moeder heeft gelijk; ik vind jou ook groot van binnen.
Journalist: Nou, ik heb genoeg informatie. Lees morgen de krant maar.
Fotograaf: Kunnen we nu dan een groepsfoto maken?

Groepsfoto

Verteller: Iedereen moet dicht op elkaar gaan staan voor de groepsfoto. Juf Rosa en Meester Jan staan naast elkaar. Meester Jan legt zijn arm om de schouders van Juf Rosa en fluistert iets in haar oor. Juf Rosa wordt zo rood als de kerstballen in het stukje van Aafke. En ze straalt. De fotograaf zegt dat de vreemde mevrouw er ook bij moet staan. Zij gaat naast Bart staan en fluistert hem ook iets in. Bart knikt blij.

Bart wordt hooggehoudenMeester Jan: Ik vind dat de bel vandaag extra mooi moet klinken. Wie kan dat?
Alle kinderen: Ik!
Alex: Bart jij kan er toch niet bij.
De Engel: Ik heb een ander idee. Wij doen het met elkaar. We gaan Bart hoog houden zodat hij de bel wél kan luiden.

Verteller: De mevrouw laat een paar kinderen in een kring staan met hun handen kruislings in het midden. Bart mag op de handen klimmen. Nu is hij hoog genoeg om de bel te luiden. En de bel klinkt extra mooi.

De Engel: Kijk, soms moeten we elkaar een beetje helpen, elkaar hoog houden.
Bart: Dank u wel mevrouw.
De Engel: Graag gedaan Bart. Meester, mogen de kinderen met me mee naar een plek waar vannacht iets bijzonders gebeurd is?
Meester Jan: Vooruit dan maar. Ga maar kinderen, neem de kerststukjes gelijk maar mee.

Verteller: De Engel brengt hen naar een stal. En in die stal, op het stro, ligt een pasgeboren baby. De journalist pakt meteen zijn pen en de fotograaf zijn fototoestel. Dit is zo bijzonder. Dit móet in de krant.

In de stl een pas geboren baby

Journalist: Hoe bent u hier terecht gekomen? Dit is toch geen plek om een kind geboren te laten worden?
Jozef: Wij waren op reis, mijn vrouw en ik. We zochten een plek om te overnachten. We konden niks anders vinden dan deze stal. En vannacht is ons kindje geboren.
Journalist: Gefeliciteerd man en u ook mevrouw. Is alles goed met u en met het kindje?
Maria: Dank u wel. Ja alles gaat goed en het is een erg lief kindje.
Journalist: Hoe heet het kindje?
Maria: Het is een jongetje en hij heet Jezus.
Alex: Jezus?
Anton: Dé Jezus?
Anna: Het kindje Jezus?
Ik ben de engelDe Engel: Precies. Kijk goed naar dit kindje. Dit is Jezus, de Zoon van God, die geboren is om ons te redden.
Antje: En dan bent u Maria? En u bent Jozef? Maar wie bent u dan?
De Engel: Ik ben de Engel die dit blijde nieuws mag vertellen.
Journalist: Dit is wereldnieuws! Iedereen moet dit weten! Ik schrijf een groot artikel. (tegen de fotograaf) Maak foto’s. Iedereen moet dit kunnen zien.
Meester Jan: De Zoon van God is geboren.
Juf Rosa: Dat we dit mogen meemaken…
Alfred: Mag ik het kindje zien?
De Engel: Kom maar kijken, kom allemaal maar kijken. Kijk en zie met eigen ogen dat de Zoon van God is geboren.

Iedereen geeft zijn kerststukje

 

 

 

 

Alfred: Ik geef mijn kerststukje aan hem.
(Alfred zet zijn kerststukje naast de kribbe. De andere kinderen doen dat ook. Het is druk rond de kribbe, Bart staat achteraan. Hij geeft zijn kerststukje aan een ander kind die het voor hem bij de kribbe zet).
Meester Jan: Een betere bestemming kunnen jullie kerststukjes niet krijgen. Ik heb gezegd, geef je stukje aan iemand die belangrijk voor je is en dát hebben jullie gedaan!
Fotograaf: Ik ga hier een foto van maken voor de krant zodat iedereen kan zien dat Jezus geboren is.

Verhaal voor de krant

Bart wordt opgetild

 

Verteller: Alle kinderen, de meester en de juf, de vader en moeder van Bart, de journalist…. iedereen wil met Jezus op de foto. Maria laat hem trots zien. De fotograaf maakt heel veel foto’s. En de journalist schrijft zijn boekje vol. Alle mensen staan te dringen om Jezus goed te kunnen zien. De kleine Bart staat achteraan, hij ziet niet zoveel. De Engel heeft dat in de gaten. Maar de Engel pakt de handen van Bart’s vader en houdt ze kruislings stevig vast zodat Bart daar op kan klimmen. Zíj zorgt ervoor dat Bart op haar handen kan klimmen en ze houdt hem zo hoog dat óók Bart Jezus kan zien.

Bart: (roept blij) Ik zie hem!

 

- EINDE -


De spelers

- ROLVERDELING -

Verteller:
Juf Rosa:
Meester Jan:
Anna:
Aafke:
Antje:
Anton:
Alfred:
Alex:
Bart:
Vader van Bart:
Moeder van Bart:
Journalist:
Fotograaf:
Engel:
Jozef:
Maria:
Schaap Snuitje:
Schaap Stip:
Schaap Snoetje:
Schaap Snuf:
Jordy van der Krieke
Anouk Leenheer
Chris Leenheer
Fay van der Vate
Isabella Hulsken
June van der Vate
Daniel van der Bijl
Marijn Vrolijk
Tom Kouijzer
Silas Hulsken
Lukas Joppe
Jesca den Boer
Leonie Vrolijk
Valentijn Hulsken
Senne den Boer
Tim van der Paal
Sarah Ringelberg
Ruben van der Bijl
Lex Elfferich
Julian Vrolijk
Sylvie den Boer

Ontwerp poster en kleurplaat: Theresia Koelewijn

Decor: Leonie Vrolijk, Julian Vrolijk, Irene Vrolijk, Reggy Hulsken, Isabella Hulsken, Valentijn Hulsken, Silas Hulsken, Marije Kouijzer, Tom Kouijzer, Nettie van Nieuwkerk, Fay v.d. Vate, June v.d. Vate, Georgina, Marleen v.d. Vate, Ruben v.d. Bijl, Daniel v.d. Bijl Hanneke v.d. Bijl, Chiel van Leeuwen.

Regie: Lies Hanse
Tekst: Nelleke Tamerus

naar de hoofdpaginanaar het overzicht