Kinderkerstspel 2014 Thomaskerk Zierikzee

Verteller: Op een mooie morgen, in november, is mevrouw Schat op weg naar de Loer-en Beenbank. Je weet wel, een bank is zo’n gebouw waar je geld kunt halen. Mevrouw Schat gaat geen geld halen. Zij gaat geld brengen. Dat zit zo. Mevrouw Schat heeft heel lang gespaard. Ze heeft twee grote sokken vol geld verzameld. Nu wil ze het niet langer thuis bewaren maar op de bank zetten. O, kijk daar is ze al. Volgens mij is ze te vroeg. De bank is nog dicht.

(mw. Schat loopt naar de bank, die is nog op slot. Ze gaat op het bankje zitten en haalt de sokken vast uit haar tas, zet ze op schoot.)

Mevrouw Schat: Hè, hè, blij dat ik even zit. Het is toch een eind lopen. (er komt nog iemand aanlopen: mevrouw Goedhart)
Mevrouw Goedhart: Mag ik naast u zitten? Mevrouw Schat: Natuurlijk. Mevrouw Goedhart (kijkt naar de sokken): Zo, zo, u hebt veel gespaard! Laat het maar niet zien, stel je voor dat iemand het uit uw handen pakt.
Mevrouw Schat: Ach, het is nog vroeg, de dieven slapen nog.
Mevrouw Goedhart: Misschien, maar ik vind het toch een eng idee. Gaat u het geld nu op de bank brengen?
Verteller: Ondertussen komt meneer Hakken eraan lopen. Hij werkt op de bank. Hij is heel goed met computers. Vandaag is hij jarig en heeft taartjes gehaald bij de bakker, voor straks bij de koffie. Hij loopt naar de hoofdingang van de bank, en dan ziet hij de vrouwen op het bankje zitten.

Meneer Hakken: Goede morgen dames. Wat zie ik daar? U hebt veel geld bij u! Ik mag hopen dat u dat bij ons komt brengen. Op de bank bedoel ik.
Mevrouw Goedhart: Dat zei ik ook al. Het is toch veel te gevaarlijk om er zo mee rond te lopen?
Meneer Hakken: Natuurlijk. Bij ons is het veilig. Ik kan het weten, want ik werk er. Mevrouw Schat: Nou, ik ben nu toch hier? Mijn kinderen vonden het ook te gevaarlijk dat ik het geld thuis bewaar.
Mevrouw Goedhart: Ik geef ze groot gelijk. En als je je geld op de bank zet word je vanzelf rijker.
Mevrouw Schat: Nou, dat geld is mijn grootste rijkdom niet hoor.
Meneer Hakken: Hoezo, is dat uw grootste rijkdom niet? Zonder geld kun je niet leven hoor. Maar zullen we naar binnen gaan? De bank is nu wel open.
Mevrouw Schat: Prima. (knikt naar mw. Goedhart) U nog een fijne dag hoor. Tot ziens!
Mevrouw Goedhart: U ook! En ja wie weet, tot ziens.

Verteller: Mevrouw Schat loopt achter meneer Hakken aan de bank in. Daar staat al een medewerker achter de balie. Het is meneer Rentenier. Meneer Hakken loopt door naar zijn eigen kantoor, mevrouw Schat loopt alleen verder.


Mevrouw Schat: Tjonge, wat een gebouw zeg. (Loopt richting geldstortautomaat) Wat is dit?

Verteller: Mevrouw Schat loopt naar de geldstortautomaat. Ze leest de instructie en draait zich dan om. Ze loopt naar de balie waar Rentenier hard aan het werk is.

Mevrouw Schat: Pardon, kan ik u iets vragen?
Meneer Rentenier: Ja, hangt er vanaf wat het is.
Mevrouw Schat: Ik wil dit geld brengen, maar nu moet ik het in dat enge apparaat gooien. Dat wil ik niet. Ik wil het persoonlijk aan iemand overhandigen.
Meneer Rentenier: Dat gaat niet mevrouw. Daar hebben we geen tijd voor. Gooi het er nu maar gewoon in, dan komt het goed.
Mevrouw Schat: Nee, want dan weet ik niet waar het blijft.

Verteller: Meneer Rentenier zucht diep, en vertelt dat het geld gewoon op haar rekening geschreven wordt. Ze hoeft alleen haar pincode maar in te toetsen. Mevrouw Schat vertelt dat ze helemaal geen bankrekening met een pincode heeft. Ze heeft immers altijd haar geld thuis bewaard. Dat wordt te moeilijk voor Rentier. Hij vindt haar maar lastig. Hij besluit om de directeur te bellen. Die moet het maar oplossen. Na een poosje wachten komt één van de directeuren, mevrouw Loer naar het loket.

Mevrouw Loer: Goedemorgen mevrouw,
wat is ons probleem?

Mevrouw Schat: Nou, míjn probleem is,
dat ik mijn geld niet wil storten in dat enge ding. Ik heb geen bankrekening,
dus dan ben ik het gewoon kwijt
.
Mevrouw Loer: Och mevrouw,
geen bankrekening? Geen pasje,
geen pincode, geen creditcard,
helemaal niets?
Wat fijn dat u hier bent.
Wij zullen u helpen.
Kom maar mee
.

Verteller: Mevrouw Loer neemt mevrouw Schat mee naar de computer en typt snel al haar gegevens in. Haar naam, haar geboortedatum, haar adres, alles komt in de computer. Even later rolt er een prachtige bankpas uit een printer. Ze geeft de bankpas aan mevrouw Schat en legt uit hoe ze het pasje kan gebruiken. Samen storten ze nu het geld uit de sokken in de geldstortautomaat. Toch wel een beetje trots typt mevrouw Schat haar pincode in.


Mevrouw Loer: Ziet u, zo moeilijk is het niet. Wanneer u nog meer geld thuis hebt, breng het dan gerust. Dat is veel veiliger, en u wordt vanzelf rijker. De rente staat op 1%. Over elke honderd euro krijgt u er gratis een euro per jaar bij. Als dat niet mooi is!
Mevrouw Schat: Ach, als dat mijn grootste rijkdom moet worden.

Verteller: Als mevrouw Loer dat hoort loert zij naar mevrouw Schat; wat zou dit dametje te verbergen hebben? Misschien heeft ze wel een heel kostbaar sieraad. Misschien is ze wel heel erg rijk!

Mevrouw Loer: Hoe bedoelt u, dat dit uw grootste rijkdom niet is? heeft u thuis nog veel meer? Of heeft u thuis nog juwelen of zo?
Mevrouw Schat: Ik kan u alleen maar zeggen dat dit mijn grootste rijkdom niet is.
Dank u wel voor uw hulp en tot ziens!


Mevrouw Loer: (een beetje beteuterd): O, ja, nou graag gedaan, en u ook tot ziens, hoop ik…

Verteller: Mevrouw Schat is weg. Mevrouw Loer vindt het jammer dat zij nu niks weet. Hoe meer ze erover nadenkt hoe nieuwsgieriger zij wordt. Wat zou de rijkdom van deze mevrouw zijn? Bij de balie van meneer Rentenier komt ze de andere directeur tegen: mevrouw Been.

Mevrouw Loer: Goedemorgen, Been, fijn dat ik je zie. Ik moet je iets vertellen. Er was net een klant, en volgens mij is ze heel erg rijk.

Verteller: Mevrouw Loer vertelt alles over de sokken en het geld. Over de rijkdom die haar rijkdom niet is en nog veel meer. Als ze uitverteld is zegt mevrouw Been:

Mevrouw Been: Tja, ik weet het niet hoor. Waarom zou ze zo rijk zijn? Wie bewaart dan in deze tijd haar geld nog in sokken? Terwijl je overal je geld kunt beleggen en slapend rijk kunt worden?
Mevrouw Loer: Je moet niet zulke domme dingen zeggen. Je weet zelf ook wel dat het zo niet werkt. En waarom zou ze niet rijk zijn? Het is al vaker gebeurd hoor, dat mensen thuis miljoenen bewaarden.
Mevrouw Been: Nou, miljoenen…
Mevrouw Loer: Kapitalen dan. Of dure sieraden.
Meneer Rentenier: Ja, op televisie zie ik weleens mensen die een ketting hebben, van hun oma of zo, en dan weten ze niet eens hoeveel geld die waard is.


Verteller: Zo praten ze samen verder. Mevrouw Loer besluit om mevrouw Koppel en meneer Hakken erbij te vragen. Mevrouw Koppel werkt ook op de bank. Ze kijkt de hele dag op de computer om te zien waar de klanten hun geld aan uit geven. Als iemand vaak boodschappen bij de Albert Heijn doet
dan weet mevrouw Koppel dat.
En als iemand op voetbal zit en contributie overmaakt,
dan weet mevrouw Koppel dat.
Mevrouw Koppel weet dus heel veel van de mensen. Meneer Hakken weet nog meer van computers. Hij kan zelfs in de computers van andere mensen kijken.
Mevrouw Loer: Dag Koppel en Hakken, fijn dat jullie er zijn. Hakken, gefeliciteerd met je verjaardag. Ik zag het vanmorgen al op mijn computer staan.: vandaag meneer Hakken feliciteren. Maar ter zake: Ik wilde jullie even iets vragen over een nieuwe klant.

Verteller: Ze vertelt over mevrouw Schat. Ze vertelt dat ze vast iets heel belangrijks bezit. In geuren en kleuren vertelt zij wat mevrouw Schat allemaal zou kunnen hebben. Ze is vast schathemeltjerijk. Maar hoe komt zij er achter?

Meneer Hakken: Ik weet precies wie u bedoelt. Ze zat vanmorgen voor de bank toen ik eraan kwam. Toen zei ze ook al dat het geld in de sokken niet haar grootste rijkdom was.
Mevrouw Koppel: Ik vind het een interessant verhaal. Maar het is moeilijk om erachter te komen wat haar rijkdom dan is. Ze is nog maar net een klant van ons. Ik heb nog niet veel gegevens van haar. Ze heeft nog niets betaald via de computer.
Meneer Hakken: Ik zou eens een kijkje kunnen nemen in haar computer.
Mevrouw Loer: Tja, dat levert vast ook niets op. jammer, jammer. Hoe moet dat nu? Ze gaat vast weer verder sparen in haar sok.
Mevrouw Koppel: Nou, we weten het belangrijkste. We weten waar ze woont. We hebben haar adres. We kunnen Poen en Fortuin naar haar toesturen. Die kunnen haar overhalen om nog eens naar de bank te komen.
Mevrouw Loer: Geweldig, wat een idee. Dat doen we. Morgen. Zo lang kan zelfs ik nog wel wachten.

Verteller: De volgende dag gaan Poen en Fortuin naar het huis van mevrouw Schat. Ze gaan rond koffietijd, dan is ze vast wel thuis. Ze bellen aan en ja hoor, mevrouw Schat doet open. Verbaasd kijkt ze naar de mensen op haar stoep, met hun tassen onder de arm.

Poen: Goedemorgen, mevrouw Schat. Wij zijn van de Loer-en Beenbank, u weet wel, waar u gisteren geld gestort heeft. Fortuin: We willen nog even met u praten over iets belangrijks.
Mevrouw Schat: Komt u dan maar even binnen. Op de stoep praat het wat lastig. Is er iets mis gegaan met het geld?
Poen: Nee, helemaal niet. Dat geld loopt op rolletjes. Maar er is iets anders wat we aan u willen vragen.
Fortuin: Werkt u al met de computer als het om bankzaken gaat? Poen: Mevrouw Loer was vergeten het u te vragen. Het zou handig voor u kunnen zijn, vandaar.

Mevrouw Schat: nee hoor, ik heb wel een computer, maar ik doe er niet zo veel mee. Mijn kleinkinderen spelen er graag spelletjes op.
Fortuin: Mogen we u uitnodigen voor een gesprek op de bank? Dan kunnen we het u allemaal rustig uitleggen. Het heeft veel voordelen hoor. Het heet internet bankieren.
Mevrouw Schat: Ja, dat weet ik ook wel. Mijn kinderen zeggen al jaren dat ik dat moet gaan doen.
Poen: Ze hebben gelijk. Groot gelijk. U kunt gewoon thuis al uw bankzaken regelen.

Verteller: Zo praten ze nog een tijdje verder en mevrouw Schat besluit om mee te gaan naar de bank. Een persoonlijk gesprek, daar houdt ze wel van. Dus gaan ze met zijn drieën terug naar de Loer-en Beenbank.

Verteller: Mevrouw Loer en mevrouw Been wachten haar op. Poen en Fortuin gaan weer verder met hun eigen werk. Mevrouw Been begint direct over de schat van mevrouw Schat.

Mevrouw Been: Fijn dat u er bent, mevrouw Schat. We wilden nog even verder praten met u. Mevrouw Loer vertelde mij dat u nog meer hebt aan rijkdom dan het geld in de sokken. Daar hebben we over nagedacht. Wat het ook is, u moet dat echt niet in huis houden . Het is echt beter om dat bij ons te brengen.
Mevrouw Schat: Daar hebt u gelijk in. Misschien moet ik het niet voor mezelf houden. Dat is niet goed nee. Ik kan het inderdaad beter bij u brengen.
Mevrouw Loer: Fijn dat u het begrijpt. Tenslotte kunnen er dieven komen en dan stelen ze wat voor u zo kostbaar is.
Mevrouw Schat: Ja, je moet wel waakzaam zijn. Goed opletten en verder kijken dan je neus lang is, daar hebt u gelijk in. Dat geldt zeker voor mijn rijkdom.
Mevrouw Loer: Fijn dat we elkaar zo begrijpen. Nu had ik gedacht…

Verteller: Mevrouw Loer legt mevrouw Schat uit dat ze een kluisje kan huren op de bank. Een kluisje is een soort kastje waar je iets belangrijks in kunt doen. Je betaalt de bank geld voor het kluisje en zij letten op dat er niemand aan je spullen komt. Ze doen het kastje op slot. Het kluisje gaat alleen open als mevrouw Schat dat wil. Mevrouw Schat luistert naar het hele verhaal en als mevrouw Loer uitverteld is zegt ze dat ze best een kluisje wil huren. Het hoeft niet zo groot te zijn. Mevrouw Loer wrijft in zijn handen. Ze loert stiekem naar mevrouw Schats gezicht: wat heeft ze toch te verbergen? Misschien heeft ze wel een hele grote diamant?

Mevrouw Loer:
Goed, goed, dan maken we zo een kluis in orde. Wat u dan nog moet doen is een goede klant van de bank worden. Een goede klant betaalt met de computer. Internet bankieren heet dat.
Mevrouw Schat: U zult wel gelijk hebben. Meneer Poen en mevrouw Fortuin hadden het er ook al over. Leg het me dan allemaal maar uit .Tenslotte moet een mens met zijn tijd mee.

Verteller: Mevrouw Loer en mevrouw Been leggen alles uit en spreken af dat mevrouw Schat de volgende dag terug zal komen. De volgende dag gaat mevrouw Schat opnieuw naar de bank. Ze is er maar druk mee! Nu heeft ze haar schat bij zich. In haar tas zit een schatkistje. Op de bank staat Poen, die het kluisje voor haar zal regelen, haar al op te wachten.

Poen:
Goedemorgen, u opent vandaag een kluis, heb ik gehoord? Loopt u maar met me mee.

Verteller: Mevrouw Schat en Poen lopen naar de kluizen. Mevrouw Schat pakt haar schatkistje uit haar tas en zet het voorzichtig in de kluis. Poen draait de kluis op slot . Poen: Zie zo, dat is hier veilig hoor. Goed dat u het niet langer thuis bewaart.

Mevrouw Schat: Tja, ik leef er van, van deze schat, maar misschien is het beter om hem nu even hier te laten.

Verteller: Poen en mevrouw Schat nemen afscheid. Mevrouw Loer, die al op de loer heeft gelegen, komt snel naar Poen toe. Achter hem aan komt mevrouw Been, die ook nieuwsgierig geworden is.

Mevrouw Loer:
Hé, Poen, heb je gezien wat ze in de kluis deed? Poen: Een klein kistje, dat is alles. Stelde niet veel voor.
Mevrouw Loer: Hoezo? Wat weet jij daarvan? Er kan wel een zeldzame roze diamant in zitten. Ooit is er één gekocht voor meer dan 30 miljoen euro. Zullen we de kluis openen om te kijken wat er in zit?
Mevrouw Been: Loer, jij loert op kansen die er niet zijn. Je weet heel goed dat we dat niet mogen doen zonder dat de klant erbij is. Die kluis blijft dicht.
Poen: Ach, even kijken kan toch wel?
Mevrouw Been: Nee, als we dat doen bedriegen we de mensen. Dat wil ik niet. Er is al genoeg ellende in de bankwereld. Wij draaien de mensen geen loer. Punt uit.

Verteller: Mevrouw Loer en Meneer Poen zuchten teleurgesteld en lopen weg. Ook mevrouw Been gaat weer ergens anders aan het werk. Mevrouw Loer vindt het erg jammer dat zij het nu nóg niet weet. Nu moet ze wachten tot mevrouw Schat ooit weer eens naar de bank zal komen. Maar hoe groot is die kans? Ze heeft er nu toch niets meer te doen? Alles kan ze nu regelen met de computer. Ze zucht. Vroeger zag je de mensen zo vaak. Dan krijgt ze een idee. Ze loopt door naar mevrouw Koppel en meneer Hakken die achter de balie bij de computer aan het werk zijn.
Mevrouw Loer:
Dag Koppel en Hakken, ik heb een opdracht voor jullie. Weten jullie nog van die mevrouw Schat? Vanaf vandaag moeten jullie haar goed in de gaten houden. Alles waar ze geld aan uitgeeft moeten jullie opschrijven. Alles waar ze haar computer voor gebruikt wil ik weten.
Mevrouw Koppel: Dus u wilt alles weten van mevrouw Schat? Oké, dat komt in orde. U weet, in opsporen van gegevens ben ik een kei.
Meneer Hakken: Eitje mevrouw. Het komt dik in orde. (ze gaan samen hard aan de slag op de computer en Loer blijft ergens in de buurt rommelen)

Verteller: Een tijdje later gaat mevrouw Koppel, samen met meneer Hakken naar mevrouw Loer. Ze hebben al een heleboel ontdekt.

Mevrouw Koppel: Kijk, mevrouw Loer, hier heb ik wat gegevens. Mevrouw Schat heeft geld overgemaakt voor Schoenmaatjes.
Meneer Hakken:
Dat is iets dat door een kerk werd georganiseerd, heb ik gelezen in de krant.
Mevrouw Koppel: Ze hoort bij die kerk, want ze geeft de kerk elke maand een bedrag. Vrijwillige bijdrage noemt ze het. Hakken: Er is ook nog geld gegaan naar KerkinActie. Allemaal kerkdingen dus.
Mevrouw Koppel: Verder heeft Hakken ontdekt dat er op haar computer veel tienerspelletjes worden gedaan. Vooral zo’n modegame.

Verteller:
Mevrouw Loer loert naar de gegevens. Zit er iets bij waarmee zij mevrouw Schat weer naar de bank kan krijgen? Opeens krijgt zij een heel goed idee: het is immers bijna Kerstfeest? Dat zal die mevrouw Schat dan wel heel belangrijk vinden. Zij legt haar plannetje aan mevrouw Koppel en meneer Hakken voor, die er direct mee aan de slag gaan. Ook meneer Fortuin helpt mee.

Fortuin:
Dus het is de bedoeling dat we een reclame maken?
Meneer Hakken: Ja, een reclame voor de Loer-en Beenbank.
Fortuin: En die moet dan opeens opduiken in een spelletje dat de kinderen spelen?
Mevrouw Koppel: Ja, want we weten dat ze dat spel vaak doen. Dan heeft de reclame zin. Dan weet je zeker dat ze het zien.

Verteller: Het is een paar dagen later. Mevrouw Koppel, meneer Hakken en Fortuin hebben hun werk gedaan. Als het goed is gaat hun plan werken! Het is weekend. Bij mevrouw Schat komen de kinderen en kleinkinderen op bezoek. Het is heel gezellig.

Bas: Moeder, had ik al verteld dat we nog een weekje op wintersport gaan? Naar Tirol, dit keer. En Timo gaat ook nog met een groep van zijn school mee op wintersport. Sneeuwparels noemen ze dat.
Mevrouw Schat: Dat klinkt duur, sneeuwparels.
Engelien: Och, dat valt wel mee moeder. Die kinderen moeten ook eens een pleziertje hebben. Ze werken hard. Dat hebt u toch wel aan de kerstrapporten gezien? Voor zijn rekentoets had Timo een 10!

Verteller: Ondertussen spelen Timo en Carlien een spelletje op de computer. Timo vindt er niet veel aan, het is een echt meidenspel, maar de batterij van zijn telefoon is leeg dus is er verder niets te doen.
Carlien: Zie je Timo, hoe gaaf dat staat? Echt een leuke outfit.
Timo: Nou, geweldig, vooral als je er naar kijkt met je ogen dicht.
Carlien: Grappuug…Straks doen we zo’n spel van jou, o.k.?
Timo: Dat zei je tien minuten geleden ook al. Ik verveel me een ongeluk.

Verteller:
Maar wat is dat? Terwijl Timo en Carlien naar het scherm staren komt er opeens een heel ander beeld tussendoor. Een harde stem, die mevrouw Schat direct herkent, klinkt door de kamer: De stem van
mevrouw Loer: Goeiedag, mevrouw Schat, en jawel, dit ís een goede dag! Want ik heb een fantastische aanbieding, speciaal voor u! Nu het bijna kerstfeest is, feest van vrede en ontmoeting, heb ik iets voor u dat u zeker zal aanspreken.

Verteller: Mevrouw Schat kijkt verschrikt op en loopt naar de computer Hoe kan het dat de stem van mevrouw Loer opeens in haar kamer klinkt? Wat is dat voor reclame? Met zijn allen luisteren ze verder: Stem van
Mevrouw Loer: Ik mag u, samen met mevrouw Been, uitnodigen voor een gezellige meet and greet op de Loer-en Beenbank, op kerstavond! Een persoonlijk gesprek, gratis en voor niets, zomaar voor u en de mensen die u mee wilt nemen . Graag tot ziens!

Verteller: Dan is de stem weg. Mevrouw Schat kijkt haar kinderen aan en legt uit wie die mevrouw Loer is. Ze praten er nog een tijdje over door.

Bas: Wie weet ma, wat ze daar op de bank nog voor je hebben. Misschien delen ze wel een beetje geld uit. Je weet maar nooit.
Timo: Dan kan ik nog een snowboard kopen!
Carlien: Ja, en ik krijg dan ook geld om een nieuwe telefoon te kopen!
Engelien: Ja, lieverds, blijven dromen kan altijd.
Mevrouw Schat: Zeker kind, blijven dromen kan altijd. En zeker in deze tijd van Advent. Dromen, verder kijken, daar gaat het om.
Bas: Nou ma, dan gaan we toch? Wij gaan wel mee.
Carlien: Ahhh..., please, mogen wij ook mee?
Engelien: Ja, het lijkt me best leuk, zo’n gezellig bezoekje aan de bank met zijn allen. Meestal zijn die bezoekjes niet zo gezellig. Toch, Bas?

Verteller: En zo besluiten ze op de uitnodiging in te gaan. Het is kerstavond, 24 december. Mevrouw Schat loopt met haar kinderen en kleinkinderen naar de bank. Alle bankmedewerkers staan klaar om iedereen te ontvangen. Er zijn meer mensen uitgenodigd. Ook mevrouw Goedhart komt aanlopen.

Nadat mevrouw Loer en mevrouw Been iedereen welkom hebben geheten zegt mevrouw Schat zegt dat ze graag vandaag de kluis wil openen. Het is er precies de goede dag voor. Iedereen kijkt gespannen toe. Wat zal de schat zijn? Mevrouw Schat opent het schatkistje en haalt er een stuk papier uit. Mevrouw Loer rolt met haar ogen: een papier? Dan vouwt mevrouw Schat het papier open en gaat er eens goed voor staan. Luister zegt ze, en dat doen ze.

Mevrouw Schat: In Israël woonde een jonge vrouw. Haar naam was Maria. Ze zou gaan trouwen met Jozef. Op een dag kreeg Maria bezoek van Gabriël. Hij is een engel van God. Hij zei tegen haar:

Engel:
Je zult een kindje krijgen.

Mevrouw Schat:
Toen Maria haar kindje verwachtte kwam er een bevel van de keizer. De keizer was de baas in Israël en hij wilde precies weten hoeveel inwoners er waren. Daarom moest iedereen zich in laten schrijven op de plaats waar zijn familie vandaan kwam. De familie van Jozef komt uit Bethlehem. Daarom moeten ook Jozef en Maria op reis gaan.




Maria: Is het nog ver, Jozef? Ik ben zo moe.
Jozef: We zijn er bijna.
Mevrouw Schat: Eindelijk zijn ze in Bethlehem. Maria is zo moe. Ze voelt dat het kindje gauw zal komen. Waar moeten ze nu slapen? Jozef en Maria komen bij de herberg. Mogen ze hier slapen?
Herbergier: Nee, ik heb geen kamer meer over. Maar jullie mogen wel in de stal slapen.

Mevrouw Schat: In de nacht, in de stal, wordt Jezus geboren. Maria wikkelt haar kindje in een doek en legt het kindje in de voerbak van de dieren. Niet ver daarvandaan passen de herders op de schapen. Opeens schijnt er een stralend licht in de donkere nacht. De herders schrikken. Midden in het licht zien ze een engel staan!



Engel: Wees niet bang. Ik kom jullie vertellen dat Jezus is geboren.



Mevrouw Schat: De engel vertelt dat Jezus de redder is die God heeft beloofd. De engel vertelt ook waar de herders Jezus kunnen vinden.
Herder Abraham: Komen jullie mee, schapen?
Herder Jakob: Kom hier, jij, we gaan naar de stal!


Herder Abraham: Is dit het kindje dat Jezus heet?
Herder Jakob: Wij hebben alles van de engel gehoord!
Maria: Ja, Jezus is geboren, voor ons allemaal!
Mevrouw Schat: Zo, nu weten jullie het . Dat Jezus op aarde kwam is voor mij grote rijkdom.
Mevrouw Loer: Maar Jezus was toch helemaal niet rijk?
Mevrouw Koppel: Ik denk niet dat mevrouw Schat het over geld heeft, mevrouw Loer.
Fortuin: Nee, dat denk ik ook niet. Ik denk dat ze zich rijk voelt omdat ze Jezus kent. Daarom is dit feest ook zo belangrijk. Want nu vieren we dat Hij geboren is en op aarde kwam om te laten zien wie God is.

Alle kinderen:

Ja, wij vieren het feest dat Jezus is geboren.
Weet je wel hoeveel dat waard is?

 

 
ROLVERDELING
Verteller:
Mw. Schat:
Gespreksgenoot op het bankje: mevrouw Goedhart:
Bankmedewerker meneer Hakken:
Baliemedewerker op de bank: meneer Rentenier:
Mevrouw Loer:
Mevrouw Been:
Mevrouw Koppel:
Mevrouw Poen:
Meneer Fortuin:
Bas, zoon van mevrouw Schat:
Engelien, schoondochter van mevrouw Schat:
Timo, kleinzoon van mevrouw Schat:
Carlien, kleindochter van mevrouw Schat:
Herder Abraham:
Herderin Jakoba:
Engelen:
Herbergier:
Schapen:
Julia Sanderse
Daniella Hitzert
Senne den Boer
Tom van Westen
Lars Gabriëls
Fleur Leenheer
Isabella Hulsken
Ilse van Donk
Anouk Leenheer
Chris Leenheer
Tom van Westen
Evelien Hitzert
Marijn Vrolijk
Jesca den Boer
Gijs van Westen
Noa Gyarmathy
Chantal Brooshoofd, Leonie Vrolijk
Lucas Joppe
June van de Vate, Valentijn Hulsken
Maria:
Jozef:
Fay van de Vate
Silas Hulsken
 
 


Tekst: Joke van Voorst
Spelleiding: Joke van Voorst, Esther van der Schee

 
naar het overzicht