Verteller: Welkom in ons warenhuis, Droom en Vreesman. Een warenhuis, de naam zegt het al, ligt vol waren. Vol spullen om te kopen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is er. Tenminste, in ons warenhuis. Het warenhuis Droom en Vreesman. Ik neem jullie mee de winkel in, of nee, we gaan eerst naar het kantoor van mevrouw Droom en mevrouw Vreesman. Zij zijn de bazen van de winkel. Ze zijn aan het vergaderen. Ze denken er samen met andere mensen over na hoe de winkel er rond het Kerstfeest uit moet zien. Je weet wel: alle winkels zijn dan versierd. Met bomen en ballen, met lichtjes en engelen. Wat zal Droom en Vreesman gaan doen?



Vreesman: Van harte welkom allemaal. Tja, het is alweer bijna Kerstfeest en we moeten er over nadenken hoe we de winkel gaan versieren. En ook wat we als extra aanbieding zullen doen.
Droom: Inderdaad. Ik heb wel wat ideeën.
Vreesman: Die horen we straks graag. Maar eerst zou ik graag willen weten wat de grote warenhuizen in Europa dit jaar hebben. Chantal, heb je gezien wat warenhuis Lafayettes in Parijs doet?
Verteller:
Chantal Mooi is de baas van de afdeling sieraden. Verder zijn nog aanwezig: Maike Vermaak, van de kledingafdeling, Lidewij Spaargaren van de afdeling woonartikelen en de reclameontwerpster Laura Giotti.
Chantal: Zeker weet ik dat, mevrouw Vreesman. Ze brengen een collier van Coco opnieuw uit, een geweldig parelsnoer dat elke vrouw staat.
Maike: Ik heb mooie jurken gezien die er perfect bij passen.
Laura: Ik zie de foto’s in onze reclamefolders al helemaal voor me! De beste fotomodellen kan ik alvast appen.
Vreesman: Klinkt goed. En warenhuis Harrods, in Londen? Lidewij, heb jij een idee? Lidewij: Nou mevrouw, de trend is dat mensen enorme teddyberen bij de kerstboom zetten. En de boom zelf hangt niet meer vol met fel gekleurde ballen maar de ballen hebben hele zachte kleuren. Rose, wit, lila, zalm, u kent het wel.
Laura: Zulke bomen staan ook geweldig in een folder. U zult zien: dat wordt heel mooi.
Vreesman:
Ik zie het helemaal voor me. Wij kunnen er direct mee aan de slag.
Droom: Eh, sorry, ik heb er toch wat andere ideeën over. Ik vind het allemaal mooi hoor, maar kunnen we niet beter zelf wat verzinnen?
Vreesman: Zelf wat verzinnen? De grote warenhuizen zullen ons uitlachen. En stel je voor dat niemand het mooi vindt wat wij bedenken. Ik ben bang dat jij het niet helemaal begrijpt, Droom.
Chantal: Maar wat zou ú dan willen, mevrouw Droom?


Verteller: Mevrouw Droom haalt diep adem en steekt van wal. Ze vertelt dat ze een tijdje geleden op de zolder van het warenhuis was en toen zag dat er nog zoveel moois lag. Dingen die nog best verkocht kunnen worden. En ze zegt dat ze ervan droomt dat het warenhuis een plek zal zijn, zeker rond Kerst, waar iedereen iets kan vinden.


Maike: Het past wel in de Vintage-stijl. Je vindt iets in de winkel dat niet helemaal nieuw is. Dat is erg in de mode. Je hebt ook leuke vintage-jurken.
Chantal: Maar het collier van Coco dan?
Vreesman:
Precies. Wie zegt dat iedereen dat tweedehandse gedoe leuk vindt? We moeten wel winst maken, mensen. Ik ben bang dat het geen goed idee is om te luisteren naar mevrouw Droom.
Lidewij: Ik zie toch wel kansen, mevrouw Vreesman. In deze tijd van crisis denken mensen beter na over wat ze kopen. Ze willen langer doen met hun spullen.
Laura: Ik heb natuurlijk wel het talent om alles heel mooi af te beelden. Als de mensen mijn reclamefolders in de bus krijgen, komen ze meteen!


Verteller: Na een lange vergadering besluiten Droom en Vreesman om het toch te proberen met het idee van mevrouw Droom. Mevrouw Droom heeft wel 10 keer ‘Wees niet bang ‘ gezegd, en nu durft Mevrouw Vreesman ook.
Verteller:
De volgende dag gaan Chantal, Karèn, Maike en Lidewij aan de slag op hun afdeling. Mevrouw Droom stuurt Bram Spoor direct de zolder op. Bram is magazijnmedewerker. Hij houdt altijd de voorraden in de gaten en brengt spullen de winkel in. Nu moet hij op zolder gaan kijken wat er nog ligt en wat er nog verkocht kan worden in de winkel. Wie wat bewaart…


Bram: Tjonge, tjonge, wat ligt hier allemaal? Tassen van Fendi, die kun je nog zo voor nieuw verkopen! En wat is dit? Dat is echt iets voor Chantal!
Bram: Chantal! Chantal, kom eens kijken wat ik hier voor jouw afdeling heb!
Chantal: Dat zijn merkwaardige snoeren, Bram. Er zitten medaillons aan, maar ze zijn niet compleet. Kijk maar, de ketting stopt opeens.
Bram: Inderdaad. Karèn: Nou, ik weet wel hoe dat komt. Ik werk hier natuurlijk al heel lang. Ik weet nog dat dit een spaarsysteem was. Je kon elke keer een nieuw medaillon aan je ketting laten zetten, en dan moest je verder sparen voor het volgende. Het was erg in de mode. Elk meisje wilde wel zo’n ketting. Chantal: Het is eigenlijk nog steeds mooi! We nemen het op in de collectie!
Karèn: Precies! Ik denk dat de kettingen heel goed zullen verkopen!


Verteller: Chantal loopt blij met de kettingen naar haar afdeling en geeft ze een mooi plaatsje. Als mevrouw Droom langsloopt knikt ze goedkeurend. Precies wat ze voor ogen had! Maar als mevrouw Vreesman langsloopt….


Vreesman: Wat zijn dat voor prullen? Die half afgebroken kettingen, dat is toch geen gezicht? Waarom hebben we die rommel bewaard? Ik ben bang dat dit een vergissing is Chantal. Weg ermee.
Chantal: Nou, ik dacht het niet. Mevrouw Droom is er erg blij mee.


Verteller: Mevrouw Vreesman loopt mopperend weg. Nu moet zij weer overleggen met mevrouw Droom en daar heeft ze helemaal geen zin in. Er is nog zoveel te doen. Zij moet de advertenties nog controleren, want morgen komen ze in de krant, op televisie en op internet.


Verteller:
Mevrouw Vreesman heeft niet meer gedacht aan het overleg met mevrouw Droom. Daarom liggen de kettingen er nog steeds als de winkel de volgende dag open gaat. Het belooft een drukke dag te worden, want steeds meer mensen gaan denken aan Kerst. Ze willen nieuwe kleren en gezellige dingen voor in huis kopen. De winkel is nog niet zo lang open als er een merkwaardige figuur binnen loopt. Hij loopt de hele winkel door en stopt bij de afdeling van Chantal. Daar kijkt hij rond en opeens pakt hij de ketting met medaillons.


Mattheüs 1: Achenebbisj, dat ik dat hier nu nog aantref. Het is al zo lang geleden dat ik daarover schreef!
Beveiliger Kees: Meneer, wat zijn wij hier aanhet doen? U gedraagt zich nogal verdacht. Komt u maar eens even mee.

Vreesman:
Zo Kees, heb je nu al een dief in de kraag gevat? Dat belooft wat voor vandaag! Goed dat je zo oplet, want dit is inderdaad een raar figuur.
Mattheüs 1: Nou, ik ben gewoon een mens hoor.
Vreesman: Het interesseert mij meer wat u gejat heeft.
Mattheüs 1: Gejat? Ik heb mijn handen alleen gebruikt om die prachtige kettingen te bekijken. Al zijn ze nog niet compleet.
Kees: Hij zat met zijn fikken aan die kettingen van Chantal, mevrouw.
Vreesman:
Ik was al bang dat die kettingen problemen zouden geven. Wat moet u met die rommel? En wat weet u ervan, of ze niet compleet zijn?


Verteller: Mattheüs trekt verbaasd zijn wenkbrauwen op. Rommel? En dan vertelt hij hoe hij ooit opschreef wie de voorouders van Jezus waren. Hij noemt Tamar, Rachab, Ruth, Batseba, en tenslotte de moeder van Jezus: Maria. Een lange rij, een ketting vol, van vrouwen die niet bang waren, maar vol vertrouwen geloofden in toekomst. De afbeeldingen in de medaillons zijn van deze vrouwen. Hij herkende het meteen. Inmiddels is mevrouw Droom er ook bij komen staan. Ze luistert heel aandachtig. Als Mattheüs uitverteld is zegt ze:


Droom: Maar weet u dan ook hoe wij nog aan de ontbrekende medaillons kunnen komen, meneer Mattheüs?
Mattheüs 1: Zeg maar gewoon Mattheüs hoor. Natuurlijk weet ik dat. Ik heb ze zelfs bij me. Kijk, hier is Batseba, het vierde medaillon. Alstublieft.
Vreesman: Ik ben bang dat ik niet weet wie Batseba is.
Mattheüs 1: Batseba is een vrouw van koning David. Een beroemde koning van Israël, maar hij deed soms ook erg verkeerde dingen. Hij werd bijvoorbeeld verliefd op Batseba. Dat kan gebeuren, maar Batseba was al getrouwd en toen…


Verteller: Mattheüs vertelt verder. Je moet weten zegt hij, dat David soms dacht dat hij als koning wel mocht doen wat hij wilde. De man van Batseba, Uria, was een soldaat. Koning David stelde hem vooraan in het leger op, zodat hij zeker gedood zou worden in de oorlog die hij aan het voeren was. Toen Uria dood was trouwde David snel met Batseba. Batseba had er veel verdriet van. Ze huilde vaak. Een profeet kwam David vertellen hoe het kwam dat er zoveel verdriet in zijn huis was. En die profeet maakte David duidelijk dat hij iets heel ergs gedaan had. Toen kreeg David heel erg spijt en probeerde Batseba te troosten. Na een tijdje raakte Batseba in verwachting. Ze kreeg een kindje en ze noemden het samen Salomo. Vrede, betekent die naam. Daarmee liet Batseba zien dat ze weer kon geloven in toekomst. In een toekomst van vrede. Ik heb haar naam graag opgeschreven, want deze vrouw doorstond veel pijn en onrecht. Net als Jezus.


Droom: Wat een verhaal.
Droom: Alsjeblieft, Karèn. Wil jij de vierde medaillons even op de kettingen bevestigen? Of wacht, ik help je wel even.
Vreesman:
U hebt dus niets gestolen? Ik ben bang dat ik u in dat geval moet laten gaan. Ik wens u nog een goed verblijf in onze winkel.


Verteller: Mevrouw Droom heeft een geweldig idee gekregen door het verhaal van Mattheüs. Ze gaat er direct mee naar Lidewij.

 

 

Mevrouw Droom: Lidewij, moet je horen waar ik nu van droom. We kunnen natuurlijk de kerstboom optuigen zoals elk jaar, maar het lijkt mij geweldig om de ballen af te wisselen met medaillons.

Verteller: Ze legt uit hoe ze aan dit idee komt. De medaillons van de kettingen, die het verhaal vertellen van Jezus’ familie, passen ook heel goed in de boom. Ze moeten dan wel groter worden natuurlijk, maar Bram is heel handig in dat soort dingen.



Lidewij: Heel goed, heel goed. Een persoonlijke touch, iets heel erg van jezelf. Past prima in deze tijd. Misschien kunnen we ook lege plekken laten, dan kunnen mensen daar hun eigen foto op aan brengen. Facebook in de boom, zal ik maar zeggen. Dat wordt dan Faceboom.
Mevrouw Droom: Nou, het wordt meer een stamboom, volgens mij, maar fijn dat je het zo oppakt. Ik ga er direct mee verder. Er borrelt trouwens alweer een nieuw idee: we gaan ook een kerststal inrichten! Niet binnen, maar buiten.
Verteller: Lidewij schudt haar hoofd als zij dit allemaal hoort. Wat zal mevrouw Vreesman er van vinden? Buiten begint mevrouw Droom samen met Bram aan het optuigen van de boom. Ze hangen net het vierde medaillon op als mevrouw Vreesman uit het raam kijkt. Ze stormt naar buiten, naar hen toe.
Vreesman: Hé, wat zijn jullie aan het doen? Ik ben bang dat je nu wel erg overdrijft, Droom. De mensen willen die plaatjes toch helemaal niet zien!
Droom: Waarom niet?
Bram: Ja, waarom niet?
Vreesman: Nou, omdat het saai is natuurlijk. Iets van vroeger. We zijn gek dat we het bewaard hebben. Ik ben bang dat, als jullie zo doorgaan, de verkoopcijfers een sterke daling zullen laten zien. Met andere woorden: ik ben bang dat geen mens nog iets bij ons wil kopen!

Verteller:
Mevrouw Droom hield gewoon vol. Ze zei ook dat ze een kerststal in ging richten. Ze zei dat ze alle mensen het verhaal erbij zou vertellen, en dat er heus mensen zouden zijn die het mooi zouden vinden. Ze zei dat dit verhaal toch juist bij Kerst hoorde. En tenslotte zei ze weer 10 x ‘Wees niet bang’ tegen mevrouw Vreesman en toen liet mevrouw Vreesman hen met rust. Dan moesten ze het zelf maar weten.


Verteller: De boom is klaar, de kerststal bijna en omdat het binnenkort Kerst is loopt de winkel vol met mensen. Zie je bijvoorbeeld meneer Hilligersberg? Hij zoekt iets voor zijn vrouw. Ze is jarig, op eerste Kerstdag. Meneer Hilligersberg: Waar zou ik Ans nu een plezier mee doen, dit jaar? Kussens heeft ze genoeg. Fotolijstjes ook. Misschien een sieraad? Dat vinden vrouwen altijd leuk.


Chantal: Kan ik u helpen, meneer?
Meneer Hilligersberg: Tja, ziet u, ik zoek iets voor mijn vrouw. Een mooi sieraad.
Chantal:
Wat vindt u hiervan meneer?
Meneer Hilligersberg: Ik weet het niet. Het is wel aardig, maar niet echt kostbaar, vindt u ook niet?
Chantal: Nou ja, dat is maar net hoe u het bekijkt. De waarde wordt niet altijd uitgedrukt in geld.
Verteller: En Chantal vertelt het hele verhaal van de medaillons erbij.
Chantal: En dan heeft u nog alle ruimte om een foto van uzelf of uw kinderen toe te voegen, want ik heb nog extra medaillons en kralen voor u.
Meneer Hilligersberg: Het is een gok, maar ik doe het. Ik vertel uw verhaal er wel bij.


Verteller: Intussen zijn er bijzondere klanten binnen gekomen. Het zijn oliesjeik Abdul Reza en zijn vrouw Farah Dibah. Ze komen uit Katar, een land in het Midden-Oosten, maar zijn op bezoek in Europa om te winkelen in de grote chique warenhuizen. En hoewel hun familie de eigenaar is van warenhuis Harrods in Londen, komen ze nu toch ook bij Droom en Vreesman kijken.


Farah Dibah: Geweldig, dit jasje van Valentino. Heeft de koningin van dit land ook niet zo iets?
Maike: Iets dat erop lijkt. Maar dit jasje is voor u gemaakt. Dat zie ik zo. Het zal uw persoonlijkheid benadrukken.
Abdul Reza: Wil je het hebben?
Farah Dibah: Ik vind het mooi, maar ik heb thuis nog zoveel hangen. Ik kies liever voor iets anders.
Abdul Reza: Dan moeten we ergens anders heen. Naar de sieraden misschien?
Chantal:
Kan ik u iets laten zien? Abdul Reza: Wij hebben zelf ogen, maar als u een tip heeft?
Verteller:
Chantal wil al bijna de ketting pakken, maar dan ziet Farah Dibah hem zelf al.
Farah Dibah: Abdul, kijk, zie je dat collier? Zoiets hebben ze zelfs bij Harrods niet. Dat moet ik de familie vertellen.
Abdul Reza : Ik vind het ook niet mooi. Het past niet bij je. Kom, we gaan weg.
Farah Dibah: O, die vaas! Zoiets heb ik nog nooit gezien! En maar 15.000 euro!
Abdul Reza: Je ziet het, deze wil mijn vrouw hebben. Pak maar in. Wacht, ik bel Ismaíl even. Hij kan helpen om de vaas te dragen.


Verteller: Het Kerstfeest komt steeds dichterbij. Vandaag zal de kerststal officieel geopend worden. Maar voor het zover is zijn er in de winkel nog allerlei klanten. De vriendinnen Esmée en Meralda lopen bijvoorbeeld op de afdeling van Chantal en Karèn.

 

 

 

Esmée: Heb je die ketting gezien?
Meralda: Welke?
Esmée: Nou deze hier.
Meralda: Bijzonder. Het lijkt alleen of er iets mist. Er is nog zoveel ruimte over.
Esmeé: Misschien hoort dat zo.
Karèn: We hebben nog extra kralen en medaillons waarop je zelf een afbeelding kunt zetten. Zo maakt u de ketting helemaal af.
Meralda: Of je kunt je eigen foto erop doen. Dan hoor je ook in de rij thuis.
Esmeé: Dan is het echt een ketting van jezelf.
Karèn : Precies, goed begrepen!



Beveiliger Kees: Hé jij daar, lelijke dief!


Verteller: Kees aarzelt geen moment en rent Cor de Neus achterna. Hij is een dief die wel vaker gepakt is. Gelukkig had Kees bij de laatste training een heel goede tijd, zodat hij Cor al snel inhaalt en beet pakt.

Kees:
Zo mannetje, laat maar eens zien wat je gepikt hebt. O, ik zie het al. Een horloge. Wil jij zo graag weten hoe laat het is? Nou, als je wilt weten hoe laat het is: als je snel bent ben je nog op tijd om naar de opening van de kerststal te gaan.
Cor: Hè? Watte?
Kees: Ja, ga daar maar eens kijken. Weet je wat, ik ga wel even mee. Dan weet ik zeker dat je er niet stiekem vandoor gaat.
Cor: U hoeft me niet zo te knijpen hoor, ik loop niet weg.


Verteller: Meralda en Esmée die alles gehoord en gezien hebben leggen de kettingen neer en gaan gauw naar buiten. Dit willen ze niet missen! Chantal en Karèn lopen ook richting de uitgang. Chantal roept Maike en Lidewij, mevrouw Vreesman, Bram en alle andere klanten mee. Ook de mensen die buiten lopen gaan mee. Een hele groep mensen is nu verzameld bij de boom. Daar staat mevrouw Droom al. Ze straalt, want het is precies zoals ze gedroomd had!


Mevrouw Droom: Wat fijn dat u allemaal gekomen bent op het Kerstfeest van Droom en Vreesman. Ik wil u graag het verhaal vertellen dat bij dit feest hoort en daarom heb ik twee belangrijke mensen uitgenodigd. Kom maar naar voren!
Lucas: Ik ben Lucas en mijn verhaal ziet u hier voor zich. Ik vertelde van de stal en de herders op het veld. Het feest van Jezus’ geboorte wordt het eerst gevierd door mensen die niet belangrijk lijken: de herders. Mijn verhaal is een verhaal van de wereld op zijn kop, alles andersom. Een gewoon meisje wordt moeder van een heel bijzonder kind. Een koning wordt geboren in een stal. Mijn verhaal laat zien hoe God midden onder ons heeft willen wonen.
Mattheüs 2: Ik ben Mattheüs , dank u wel voor de uitnodiging. Ook ik mag u vandaag vertellen welk verhaal er bij het Kerstfeest hoort. We vieren dat Jezus is geboren. Lang geleden, in het land Israël. Een land waarin de mensen droomden dat er iemand geboren zou worden uit de familie van koning David. Ze droomden dat die Messias, zo noemden ze hem, een nieuwe toekomst zou brengen. Mijn verhaal is dat Jezus uit die familie van David geboren is. Ik heb alle namen opgenoemd die ik kende. Ik zette ze allemaal op een rijtje. Een hele ketting vol namen. Bij al die namen hoort een bijzonder verhaal. Een verhaal dat past bij wie Jezus is.
Chantal geeft Maria een ketting met de medaillons:
Maria: Dank u wel. Ik heb trouwens het plaatje bij me dat bij dit feest hoort. Wilt u het hebben?
Chantal: Zeker, dat zou te gek zijn! Dat kunnen we met Kerst goed gebruiken!
Mevrouw Droom: In onze boom ziet u afbeeldingen van vrouwen uit de familie van Jezus. De verhalen over hen vertellen dat zij moedige vrouwen waren die in hun toekomst geloofden. Zij durfden geloven in een nieuw begin voor zichzelf, zij durfden hopen op een nieuw begin voor heel deze wereld. Mevrouw Vreesman, wilt u ook nog wat zeggen?
Mevrouw Vreesman: Ik ben bang dat ik hier niets meer aan toe te voegen heb.




Vandaag vieren wij dat Jezus is geboren.
Door Hem is er altijd toekomst.
Voor mij, voor jou, voor iedereen!


 

 
Rolverdeling:
Verteller:
Maria:
Jozef:
Herder:
Schapen:
Engelen:
Mevrouw Droom:
Mevrouw Vreesman:
Chantal Mooi (afdeling sieraden):
Karèn Bijdekanne (afdeling sieraden):
Maike Vermaak (afdeling kleding):
Lidewij Spaargaren (afdeling wonen):
Laura Giotti (reclameontwerpster):
Bram Spoor (magazijn):
Meneer Hilligersberg (klant):
Oliesjeik Abdul Reza:
zijn vrouw Farah Dibah:
hun chauffeur en boodschappendrager Isma’il:
vriendinnen die iets leuks zoeken: Esmée:
Meralda:
Dief: Cor de Neus:
Beveiliger: Kees Poort:
Mattheüs 1:
Mattheüs 2:
Lucas:
Batseba:
Nikita Hulsken
Jesca den Boer
Gijs van Westen
Tom van Westen
Silas Hulsken en Leonie Vrolijk
Fay van de Vate en Noa Gyarmathy
Fleur Leenheer
Judith van Donk
Isabella Hulsken
Maud de Knecht
Eveline Hitzert
Daniëlla Hitzert
Evy Bouwman
Tom van Westen
Chris Leenheer
Caroline van den Doel
Elaine Fertoute
Silas Hulsken
Angela de Jonge
Ilse van Donk
Marijn Vrolijk

Lars Gabriëls
Senne den Boer
Eva Krom
Anouk Leenheer
Julia Sanderse

Tekst:
ds. Joke van Voorst
 
Decorontwerp en bouw:
Marleen van de Vate
Reggy Hulsken
Giel van Leeuwen
Rens en Leander IJzelenberg
Frank Gabriëls
Thomas Boot
Schilders van de decortekening:
Sigrid, Senne en Jesca den Boer
Lars Gabriëls
Benjamin, Marijn en Leonie Vrolijk
Judith en Ilse van Donk
en hun vriendin Camilla
Marije Kouijzer
Ingrid, Fleur
Anouk en Chris Leenheer
Tom van Westen
Angela de Jonge
Daniëlla en Eveline Hitzert
Evy Bouwman
Inoefening spel:
ds. Joke van Voorst,
Lies Hanse,
Esther van der Schee.
Foto's en opmaak: Wim Bom
 

naar het overzicht