Verteller: In een dorp hier ver vandaan staat een hotel. Het hotel ziet er mooi uit, je wilt er echt een nachtje slapen. Het heeft ook een naam: De Groeten. Dat is natuurlijk om de groeten te doen aan je familie en vrienden uit hotel De Groeten. De bazin van het hotel, mevrouw Leonore Uitenbogaard, is erg trots op haar hotel. Zij vindt het dan ook heel fijn als er belangrijke gasten komen logeren.
Mw. Uitenbogaard: “Hotel De Groeten, u spreekt met Leonore Uitenbogaard, waarmee kan ik u van dienst zijn? “Twee nachten, zegt u, voor twee personen? Dat zou kunnen ja. Ik heb dan voor u beschikbaar een kamer met uitzicht. Een kamer met uitzicht, ja.” “Hoe is de naam? Barones Teil van Serooskerken? En Barones van Haersma Buurman? Prima, prima. Ik noteer graag uw reservering. Graag tot ziens!” “Nee maar, Bello, hoor je dat? We krijgen hier hoge gasten, hoge gasten, zeg ik je”. “Gloria! Gloria! Waar ben je?”
Gloria: “Mefrou, wat is aan hand?”
Leonore Uitenbogaard: “Schoonmaken, Gloria. Kamer 104. Het moet heel goed gebeuren. Heel goed, versta je? Er komen belangrijke gasten. Belángrijke, snap je? Nou, ga nu maar. Aan het werk. De groeten.
Gloria: “Si, si signorita. De gkroeten.”



Verteller: Gloria maakt de kamer schoon. Ze heeft geen idee wat mevrouw Uitenbogaard zei, want ze spreekt amper Nederlands. Ze komt uit een ver land waar haar kinderen nog steeds wonen. Ze heeft hen bij een familielid achtergelaten en nu hoopt ze dat ze door haar werk in het hotel een school voor hen kan betalen. Als ze het stof afneemt denkt ze aan hen. En zingt ze liedjes van heimwee. Na een paar uur arriveren de gasten. Mevrouw Uitenbogaard, die al op de uitkijk stond rent naar de receptie.
Mw. Uitenbogaard: “Pierre! Pierre! Waar hang jij nu weer uit? Komen moet je, en wel nu, want er zijn gasten!”
Pierre: “Mevrouw, waar is de brand?”
Leonore Uitenbogaard: “Brutale vlerk! Wat denk je wel. Ben je nu nog niet buiten, om de gasten welkom te heten? Snel een beetje, anders kun je buiten blìjven! Voor jou heb ik zo tien andere bedienden! De groeten!”



Verteller: Pierre loopt snel naar buiten en begroet barones Teil van Serooskerken en haar vriendin barones van Haersma Buurman. Na hen een hand gegeven te hebben loopt hij weer naar binnen. De gasten dragen zelf hun koffer en komen hijgend binnen. Daar staat mevrouw Uitenbogaard al te buigen als een knipmes.
Mevrouw Uitenbogaard: “Welkom, welkom. Ach, wat zie ik? Draagt u nu zelf de koffers? De blamage! Wat een schande! Dat personeel van tegenwoordig! Maar laat ik u daar niet mee vermoeien. Alstublieft, de sleutels van kamer 104. Een geweldig vertrek, geweldig. Maar oordeelt u zelf. Het ontbijt is om half negen, het diner wordt ’s avonds om half zeven geserveerd, en wanneer u Roomservice wenst is er een bel in uw kamer. Tot ziens, de groeten!”
Barones Josephine van Haersma Buurman: “Wat vreemd, ze ziet het wel, dat wij de koffers zelf moeten dragen, maar ze doet er niets aan’.
Barones Lieve Teil van Serooskerken: “Laten we er maar niet op letten. Het is anders dan we gewend zijn, maar kom, we zijn fijn samen een weekend weg. Laten we niet op alle slakken zout leggen. Het is tenslotte ook nog bijna Kerst.


Verteller: De baronessen hebben een kleine wandeling in de bosrijke omgeving gemaakt en hebben nu trek gekregen. Ze nemen plaats in de eetzaal van het hotel. Maya, de serveerster brengt iets te drinken.
Maya: “Goedenavond, dames. Alstublieft, een drankje van het huis. Als welkom. Vanavond serveren wij een soep en daarna een wildgarnituur, als dessert is er een bosbessenpudding.”
Josephine Teil: “Dat klinkt voortreffelijk. Ik heb honger als een paard.”

Verteller: Maya trekt haar wenkbrauwen op: zoiets zegt een barones toch niet? Op de gang komt ze Gloria tegen: dit moet Gloria ook horen!
Maya: “Gloria, moet je horen! Die chique mevrouw zegt dat ze honger heeft als een paard! Dat geloof je toch niet!”
Gloria: “Honker als paard? Waar is paard Honker”? De gkroeten!”

Verteller: Hoofdschuddend loopt Maya door naar de keuken. Die Gloria snapt ook niks. Wanneer gaat ze nou eens Nederlands leren? Dan kun je beter praten met Truus Boendermaker, de andere schoonmaakster van het hotel. Maar Truus heeft ze nog niet gezien vandaag. Maya haalt in de keuken de soep op voor de gasten en loopt ermee naar hun tafeltje.
Maya: “Alstublieft, een soep op basis van verse runderbouillon en gevuld met uit het bos geplukte paddenstoelen.”
Lieve Teil van Serooskerken: “Ach, alleraardigst, Joosje, hoor je dat? Wat heerlijk puur!”
Josephine: “Het klinkt goed, Lieve, maar laten we eerst de proef op de som nemen”.
“Lieve, wat is er aan de hand? Valt de soep je aan?”
Lieve: “Josephíne, kijk, er zit te veel vlees in mijn soep! Het is werkelijk ontzettend!”
Josephine: “Bah, een grote spin! Die is zeker uit een paddenstoel gekomen. Het is inderdaad werkelijk ontzettend! Mevrouw de serveerster!”


Verteller: Maya komt er snel aanlopen en kijkt wat er aan de hand is. Ze haalt haar schouders op, wat kan zij er aan doen? Maar barones Lieve Teil van Serooskerken vraagt haar de kok te halen. Er zit niets anders op, dus haalt Maya de kok, Jonnie Vis, op uit de keuken.
Jonnie: “Goedenavond dames, waarmee kan ik u van dienst zijn?”
Mevrouw Teil van Serooskerken: “Meneer, deze soep, kijkt u eens. Dat kan toch niet? Er zit een grote Arachne in.
Jonnie: “Een wat?”
Josephine: “Een spin, meneer, een spin!”
Jonnie: “O, een spin, is dat alles? Die hoort bij de soep. Dat heb ik van een beroemde chef-kok in Parijs geleerd. Het is heel modern om insecten te eten. De variatie ‘spin in soep’ is het nieuwste van het nieuwste.”
Mevrouw Teil: “Ik vrees dat ik deze moderne frats niet zo kan waarderen”.
Jonnie: “Dat is dan jammer voor u. Ik kan er niets aan doen dat mensen zo bekrompen blijven en niet iets nieuws willen proberen. De groeten”

Verteller: Barones van Haersma Buurman wenkt Maya. Haar vriendin Lieve gaat de soep echt niet verder op eten, en zelf heeft zij er eerlijk gezegd ook niet zo’n zin meer in. Maya haalt de soep op.
Josephine: “Dit is een merkwaardig hotel, Lieve. Gastvrijheid lijkt niet het beste punt. Zo’n kok kan dat toch niet zeggen!”
Mevrouw Teil: “Je hebt gelijk, ik hoop dat de rest van het eten wel lekker is”.


Verteller: Gelukkig verloopt de rest van de maaltijd voorspoedig. In de hal zijn, na een lange reis, inmiddels nieuwe gasten aangekomen. Het zijn meneer en mevrouw Pieterse met hun dochtertje Petra. Ze hebben een prijs gewonnen en nu mogen ze een nacht in het hotel slapen. Ze vinden het heel bijzonder, want ze zijn nog nooit in een hotel geweest. Zelf kamperen ze altijd als ze op vakantie gaan. Ze drukken op de bel van de balie en wachten op mevrouw Uitenbogaard.
Mevrouw Uitenbogaard: “Ja, wat is er?”
Meneer Bram Pieterse: “Eh, goedenavond, eh, mevrouw. Wij hebben eh een prijs gewonnen, enne mijn vrouw heeft u er gisteren over gebeld, enne u had nog een kamer beschikbaar zei u. Enne nou ja, nu zijn we er dan”.
Mevrouw Uitenbogaard: “Gebeld, zegt u? Ik herinner me er niets van, maar o.k. er is nog plaats. Zelfs voor u. Hier is de sleutel, u hebt kamer 004. Begane grond. Niks mis mee. Kijkt uit op de binnenplaats van het hotel. Prachtige binnenplaats, mag ik wel zeggen. Al ziet u er nu niet veel van, want het is winter. Er staan wat vuilcontainers, maar dat ziet u helemaal niet. Ziezo, ontbijt om half negen, diner is al geweest. De groeten!”
Greet Pieterse: “Wat doet die vrouw onaardig, Bram. Toen ik gisteren belde om te kijken of alles klopte, had zij het nog over een kamer met uitzicht . Een kamer met uitzicht, ze zei het twee keer. Daarom weet ik het zeker. En waar moeten we nu eten?”
Petra: “Mama, we gaan toch wel eten? Ik heb heel erg honger”.
Greet Pieterse: “Natuurlijk kindje, papa en mama verzinnen er wel wat op”.
Bram Pieterse: “Laten we eerst maar naar onze kamer gaan, dan kijken we straks wel verder”.



Verteller: Meneer en mevrouw Pieterse gaan naar hun kamer. Het eerste wat ze zien zijn grote containers waarin de vuilniszakken gegooid worden. Gauw doet mevrouw Pieterse de gordijnen dicht. ‘Zie zo’ zegt ze, ‘daar hebben we geen last meer van’. Maar dan kijken ze nog eens goed naar de kamer. Hij is helemaal niet schoon! Er ligt dik stof op de nachtkastjes en er hangt een spinnenweb aan het plafond.
Petra: “Help, ik zie een hele grote spin!”
Greet Pieterse: “Bah, Bram, het leek zo’n mooi hotel op internet, maar ik verlang nu al naar mijn eigen schone bedje! Moet je zien, dat stof, dat spinnenweb! Dat kan toch niet? En waar moet Petra eigenlijk slapen?”
Bram Pieterse: “Het lijkt inderdaad nergens op. Ik ga bellen”.
Pierre: “Goedenavond, meneer, mevrouw, dag meisje. Waarmee kan ik u van dienst zijn?”
Bram: “Goedenavond meneer. Kijk, wij willen niet eh vervelend doen eh of zo, maar moet u zien: dat stof! Dat spinnenweb! En mijn dochter schrikt van die vreselijk grote spin. En er is geen bed voor haar”.
Pierre: Tja, dat is niet mijn werk. Ik stuur wel even iemand anders. De groeten!”



Verteller: Even later komt mevrouw Uitenbogaard eraan. Zij vraagt wat er aan de hand is en kijkt ook naar het stof en het spinnenweb. Dan loopt zij snel de kamer uit en roept Gloria. Gloria komt er al snel aan gerend.
Gloria: “Wat is aan hand mefrouw de Gkroeten? ”
Mevrouw Uitenbogaard: “Ten eerste, noem me niet zo. Ik heet niet mevrouw de Groeten. Ik bén mevrouw de Groeten, van hotel de Groeten, weet je wel? Maar kijk nu eens. Deze kamer is niet schoon, ik herhaal, NIET SCHOON!
Gloria: “Skoon? Niet skoon? Kamer 104 niet skoon?”
Mevrouw Uitenbogaard: “Dit is helemaal kamer 104 niet, mens. Dit is 004. Je hebt hier niks uitgevoerd. Zo gaat dat niet in Nederland hoor. Daar betaal ik je niet voor met mijn goeie geld. Haal Truus er maar even bij.”

Verteller: Gloria haalt Truus op, de andere schoonmaakster. Ze is er allang, maar mevrouw Uitenbogaard blijft nog een tijdje foeteren op Gloria die er bijna niets van verstaat. Maar ze ziet wel haar boze gezicht. Ze wordt er verdrietig van. Mefrouw de Grkoeten heeft immers niks gezegd over kamer 004.
Gloria: “Iek niks weet van 004.”
Truus: “Sorry dat ik het zeg hoor mevrouw, maar Gloria heeft gelijk. U heeft niets gezegd over kamer 004. Dat ellendige hok wordt toch ook nooit gebruikt?”
Mevrouw Uitenbogaard: “De brútaliteit! Zo spreekt niemand over kamers in mijn hotel. En jij dus al helemaal niet!”
Truus: “Maar u heeft niets gezegd over kamer 004. Gloria heeft 104 gedaan en daarna de rest van de eerste verdieping. Ik heb vandaag de tweede voor mijn rekening genomen. Het is dus niet haar schuld”.
Mevrouw Uitenbogaard: “Nee, het is zeker de mijne. Het moet niet gekker worden. Gaan jullie maar weg, aan jullie heb ik nu toch niets. De groeten.”


Verteller: Gloria en Truus draaien zich om en lopen weg.
Gloria: Sorry, mefrouw de Gkroeten, de gkroeten!
Mevrouw Uitenbogaard: “Nu ziet u het zelf. Aan personeel heb je je handen vol. Niks doen ze, maar o wee als je geen loon betaalt! Nou ja, ik kan er nu ook niks meer aan doen. Sorry, de groeten.”

Verteller: Mevrouw Uitenbogaard draait zich om en wil weglopen, maar Greet Pieterse voelt opeens haar maag knorren. Ze trekt mevrouw Uitenbogaard aan haar mouw en vraagt of ze niet toch nog iets kunnen eten. Ze wijst op Petra en zegt dat zo’n kind toch niet zonder eten kan gaan slapen. Dan zegt mevrouw Uitenbogaard dat zij wel wat zal regelen. Bram, Greet en Petra Pieterse mogen in de eetzaal gaan zitten.

Verteller: Het hele gezin zit aan tafel. Blij kijken ze elkaar aan. Wat voor heerlijks zullen ze krijgen? Dan komt Maya binnen. In haar handen heeft ze een grote schaal vol patat. Als ze bij het tafeltje aan komt kiepert ze de hele schaal uit over de tafel.
Maya: “Alstublieft, mevrouw, meneer, meisje, eet u smakelijk!”
Greet Pieterse: “Wat is dit? Krijgen we geen bord, geen bestek?
Maya: “Sorry mevrouw, dit is een opdracht van de kok. Daar kan ik niets aan doen. De groeten!”


Verteller: Maya wil weglopen maar meneer Pieterse zegt dat ze de kok moet halen.
Jonnie: “Ja, wat is er nu weer? O, ik zie het al. De patat op tafel.”
Greet: “Inderdaad meneer. De patat op tafel . Wat moet dat voorstellen?”
Jonnie: “Een nieuwe trend, mevrouw. Dat doen we als het extra feestelijk moet zijn. We gooien dan de patat gewoon op tafel. Zo kan iedereen lekker ongedwongen zichzelf zijn”.
Petra: “Ja, mama, dat deden we op het feestje van Billy ook!”
Bram Pieterse kijkt naar Jonnie: “Dat meent u toch niet? Wij zijn toch geen varkens die uit een trog eten? Neemt u dit maar mee, mijn vrouw en ik weigeren zo te eten!”
Jonnie: “Poeh poeh, wat verbeeldt u zich wel. Wij zijn een goed hotel, en u bent gewoon niet op de hoogte van de nieuwste trends. Jammer voor u, maar daar kan ik niks aan doen! De groeten!”

Verteller: Meneer en mevrouw Pieterse en Petra tussen hen in, gaan verdrietig slapen. Hun maag knort zachtjes totdat ook hij moe wordt en in slaap valt. De volgende morgen staan ze vroeg op. Ze willen zo snel mogelijk naar huis. Zo’n nacht in een duur hotel is helemaal niet leuk! Bij de balie staat mevrouw Uitenbogaard te rommelen in wat papieren. Als meneer en mevrouw Pieterse langs lopen en hem willen groeten mompelt zij alleen maar wat. Iets dat lijkt op ‘de groeten’.


Verteller: Als mevrouw Uitenbogaard even een luchtje wil gaan scheppen en de deur van het hotel uitloopt ziet zij een wonderlijke figuur op het pad naar het hotel. Het is een man met aparte kleren aan die het pad schoon veegt. Mevrouw Uitenbogaard loopt naar hem toe.
Mevrouw Uitenbogaard: “Hé jij daar, wat moet dat op mijn pad? Als ik vind dat er geveegd moet worden laat ik dat Pierre wel doen!”
Maleachi: “Goedemorgen mevrouw. Mijn naam is Maleachi en ik maak uw pad schoon omdat er binnenkort een koning te gast zal zijn. En u weet, dan moet elk vuiltje weg zijn. Ik zie hier in uw hotel nogal wat vuiltjes, als u begrijpt wat ik bedoel.”
Mevrouw Uitenbogaard: “Wat zegt u? Een koning te gast? In mijn hotel? Daar weet ik niets van! En die vuiltjes in mijn hotel, wat weet u daarvan. Bemoeit u zich met uw eigen zaken, dan doe ik het ook. Gaat u nu maar weg, want ik heb nog meer te doen. De groeten!”
Maleachi: “Jammer dat u mij wegstuurt zonder te begrijpen waar ik het over heb. Maar u zult binnenkort zien dat ik gelijk heb.”

Verteller: Als de dag voorbij is en mevrouw Uitenbogaard het hotel af wil sluiten, gaat de bel. Mopperend loopt ze naar de deur: wie stoort haar nu nog op dit late uur? Er staat een man op de stoep.
Sefanja: “Goedenavond mevrouw. Mijn naam is Sefanja en ik kom u menukaarten brengen. U weet, het is bijna Kerstfeest – het feest van de koning als gast op aarde - en daarvoor heb ik speciale kaarten waarop het menu geschreven staat.”
Mevrouw Uitenbogaard: “Sefanja, zegt u? Gekke naam. Nooit van gehoord. En die menukaarten heb ik niet nodig. Die maakt Pierre wel, samen met Jonnie.”
Sefanja: “Ja, dat snap ik. Maar deze kaarten zijn heel bijzonder. Speciaal voor het feest van God.”




Verteller: Mevrouw Uitenbogaard snapt er niet veel van en roept Jonnie en Pierre erbij. Ze vindt dat zij ook maar even moeten kijken naar die wonderlijke kaarten. Pierre pakt een kaart en leest er één voor:
Pierre: Voorgerecht: gastvrij zijn Hoofdgerecht: vrede stichten Nagerecht: voor elkaar zorgen
Jonnie: “Lekker is dat, maar hoe moet ik dat koken?”
Sefanja: “Dat moet je niet koken, dat moet er zijn!”
Mevrouw Uitenbogaard: “Beste meneer Sefanja, het is een beetje laat voor zoveel ingewikkelde dingen. Ik ga slapen. Doet u dat ook maar. De groeten!”

Verteller: Sefanja gaat weg, maar laat de menukaarten voor de zekerheid in het hotel achter. Iedereen gaat slapen. De volgende morgen nemen de baronessen afscheid, maar mevrouw Uitenbogaard heeft geen oog meer voor ze. De dag gaat voorbij zonder veel bijzonders. Gloria maakt schoon en zingt liedjes van verlangen. Truus maakt ook schoon en zingt haar eigen variaties op liederen van de Zangeres zonder Naam.


Verteller: Als het tegen de avond loopt wordt er weer aangebeld. Toevallig is Gloria bij de receptie bezig en doet open. Op de stoep staan een man en een vrouw. De vrouw is in verwachting. Haar buik is zo dik dat iedereen weet dat het kindje elk moment geboren kan worden.
Gloria: “Gkoede avond, menier, mefrou. Ik roep baas.” Mefrouw Gkroeten!
Mevrouw Uitenbogaard: “Mijn hemel, Gloria, wat is dit?”
Jozef: “Goedenavond mevrouw, mijn vrouw is moe en wij willen graag slapen. Hebt u misschien een plaats voor ons in uw hotel?”
Mevrouw Uitenbogaard: “Nee, het hele hotel zit vol belangrijke gasten. Belangrijke gasten, snapt u wel?
Jozef: “Hebt u echt geen plaatsje? Mijn vrouw is heel erg moe. En heel erg belangrijk voor mij”.
Mevrouw Uitenbogaard: “U bent toch niet doof? Er is hier geen plaats voor mensen als u. Maar gaat u iets verderop, daar is een boerderij en er is een stal. De boer laat er weleens mensen slapen. De groeten!”



Verteller: Jozef en Maria – want zij zijn het – lopen verdrietig verder. Waarom doet die mevrouw zo onaardig? Maria sjokt naast Jozef verder. Ze komen een herder tegen en wat schapen. Maria vindt schapen lieve dieren en als ze er eentje aait wordt ze al wat vrolijker. Gelukkig duurt de tocht naar de stal niet lang. En is er inderdaad een fijn plekje. De stal ziet er zelfs feestelijk uit. Iemand heeft slingers opgehangen. Maria gaat lekker liggen en Jozef blijft bij haar. In de nacht wordt het kindje geboren. Jozef en Maria noemen het Jezus. Terwijl Jozef en Maria het kindje blij bekijken komen ook de schapen in de stal. Samen met hun herder willen ze het nieuwe kindje ook zien. Ondertussen wordt het in het hotel ook weer dag. Maya komt bij het hotel aan om aan de nieuwe werkdag te beginnen. Op de stoep treft ze iemand aan met een kroon in zijn hand.
Maya: “Goedemorgen meneer, of moet ik koning zeggen?”
Zacharia: “Nee hoor, kind, mijn naam is Zacharia. Die kroon is voor de koning die vannacht geboren is. Ik kom hem brengen. Denk je dat hij hier geboren is?”
Maya: “Ik haal mijn baas er even bij”
Mevrouw Uitenbogaard: “Een kroon voor een pasgeboren koning, hoor ik dat goed? Maar nee, er is hier geen kind geboren”.


Verteller: Ondertussen zijn Pierre en Jonnie er nieuwsgierig bij komen staan. En als Truus ook bij het hotel aankomt voor de nieuwe werkdag komt ze er ook gauw bij.
Zacharia: “Deze kroon is voor een koning die als een gast op deze aarde komt. Hij komt om de mensen gastvrijheid te leren, en vrede. En ook hoe ze voor elkaar moeten zorgen”
Jonnie: “Hé, die woorden ken ik ergens van. Gastvrijheid, vrede, voor elkaar zorgen. Dat stond op de menukaart van die vreemde man pas.”
Zacharia: “Dat staat op het menu van God. Dat klopt. Ik denk dat ze hier gebracht zijn omdat de koning hier geboren zou worden”.
Mevrouw Uitenbogaard: “Ja, nu u het zegt, ik heb gisteravond een vrouw weggestuurd die in verwachting was. Ik heb ze naar een stal hier dichtbij gestuurd.”
Pierre: “Niet zo slim, mevrouw, want nu loopt u een koning mis”. Truus (achter haar hand tegen Maya): “Moet je dat beteuterde gezicht van haar zien”.



Verteller: Maar Zacharia legt uit dat deze koning heel anders is. Hij is een koning die gerust de laagste plaats in wil nemen. Een stal past juist wel bij hem. Dan nodigt Zacharia iedereen uit om met hem mee te gaan naar de stal. Dan kunnen ze het kind zelf zien. En zo gebeurt het dat er een kleine optocht richting stal gaat. Gloria, die nog net op het nippertje mee gevraagd is loopt ook mee.Gloria: “Wat is aan hand? Kiend gkeboren? Waar?”
Truus: “In de stal, bij de boer hier verderop”
Gloria: “In stal? Is toch foor dieren?”
Truus: “Dit is een heel bijzonder kind, dat juist in een stal geboren moest worden, zegt die man net”.


Maria: “Wat fijn dat jullie er zijn. Kijk, dit is Jezus”.
Jozef: “Hij zal de mensen leren om plaats te maken voor elkaar. Om voor elkaar te zorgen en geen ruzie te maken.”
Mevrouw Uitenbogaard: “Ik begrijp nog niet alles, maar ik begrijp wel dat ik niet zo gastvrij was. Misschien kan ik het goed maken en u uitnodigen voor een heerlijke maaltijd in mijn hotel. “
Jonnie: “Dat zou geweldig zijn! En de menukaarten hebben we al!
Gloria: “Wat is aan hand? Samen eten? Ik vind leuk!”
Maya: “Tuurlijk, Gloria, jij bent ook welkom. Kom op, laten we gauw gaan! We moeten ook alle gasten die in de afgelopen week bij ons zijn geweest uitnodigen. Dan kunnen we goedmaken wat we fout deden.”

We wensen alle mensen een gastvrij Kerstfeest, met plaats voor iedereen!


 

 
Rolverdeling:
Verteller:
Hoteleigenaar: mw. Leonore Uitenbogaard:
Werkster: Gloria Chavez:
Werkster: Truus Boendermaker:
Bediende: Pierre Steensma:
Gasten: mw. barones Lieve Teil van Serooskerken:
Mw. barones Josephine van Haersma Buurman:
Kok: Jonnie Vis:
Serveerster: Maya :
Andere gasten: Meneer Bram Pieterse:
Mevrouw Greet Pieterse:
Hun kind, Petra Pieterse:
Profeet Maleachi:
Profeet Sefanja:
Profeet Zacharia:
Jozef:
Maria:
Schaap:
Schaap:
Schaap:
Herder:
Frank van der Krieke
Nikita Hulsken
Julia Sanderse
Diede van Meer
Stan de Looze
Sylvana de Jonge
Judith van Donk
Lars Gabriëls
Isabella Hulsken
Jordy van der Krieke
Daniëlla Hitzert
Eveline Hitzert
Marvin de Jonge
Senne den Boer
Ilse van Donk
Marijn Vrolijk
Femke de Looze
Gijs van Westen
Jesca den Boer
Fay van de Vate
Tom van Westen

Tekst:
ds. Joke van Voorst
Decorontwerp en bouw:
Giel van Leeuwen,
Marleen van de Vate
Aad van Poppel
Rens IJzelenberg
Benjamin Vrolijk.
Schilders van de decortekening:
Sigrid, Senne en Jesca den Boer
Sietske, Stan en Femke de Looz
Frank van der Krieke
Colinda, Frank en Lars Gabriëls
Lucas Joppe
Tuti Sanderse
Judith en Ilse van Donk
Irene, Marijn en Leonie Vrolijk
Tom van Westen.
Spelleiding:
Hanneke van der Bijl
Esther van der Schee
Joke van Voorst.
Foto's: Henk Walraven
Opmaak: Wim Bom
 

naar het overzicht