Verteller: Lieke en Karin zijn twee dikke vriendinnen. Ze wonen heel dicht bij elkaar maar zitten niet op dezelfde school. Vandaag heeft Lieke uit school Karin opgehaald en samen gaan ze naar haar oma.

Karin: Ik heb echt zin om bij je oma te eten, Lieke. Het is er altijd zo gezellig!
Lieke: Ja, ik hoop dat zij krentenbollen gekocht heeft. Dat doet ze vaak als ik kom, en ik heb vorige week gevraagd of jij mee mocht eten. Nou, dat was meteen goed.

Verteller: Karin en Lieke lopen snel door. Als ze bij oma’s huis zijn doet ze de deur open. Oma heeft de meisjes al aan zien komen.

Oma: Welkom, dames, welkom in mijn stulpje.
Lieke: Stulpje? Wat is dat nou voor gek woord?
Oma: Het is een heel gewoon woord hoor. Nou ja, misschien meer voor wat oudere mensen. Stulpje wil zeggen: een klein huis.
Lieke: Oké, maar oma, de school is al uit hoor. Voor vandaag heb ik genoeg geleerd. Ik heb lekker vanmiddag vrij.
Oma: Goed kind, laten we eerst maar eens een hapje eten. Ook welkom Karin. Hebben jullie zin in krentenbollen?
Karin: Ja mevrouw, lekker.

Verteller: Lieke vertelt oma dat ze ’s morgens bezig zijn geweest met de voorbereidingen van het Kerstfeest. Het duurt niet lang meer voor het zover is! Als Karin, Lieke en oma gegeten hebben loopt Lieke naar de boekenkast. Ze vindt het altijd zo’n mooie kast vol oude boeken. Er staat één boek in dat ze eigenlijk nog nooit goed gezien heeft. Het is heel dik. Ze wijst ernaar en zegt:

Lieke: Oma, wat is dat eigenlijk voor boek?
Oma: Och kind, dat is een bijbel!

Verteller: Oma pakt het boek uit de kast en laat het aan Lieke zien. Zij vertelt dat het boek al heel oud is. Het is al van haar opa geweest. Die kreeg de bijbel een keer van zijn vrouw op zijn verjaardag. Dat weet oma zo goed omdat het voorin de bijbel staat. Oma vertelt ook hoe haar opa altijd verhalen voorlas uit dit boek.

Karin: Maar hoe kon hij er uit lezen? Die letters zien er heel raar uit!
Oma: Voor ons ja, maar vroeger waren de mensen gewend aan dit schrift. Tegenwoordig zien de letters er anders uit, maar de verhalen zijn nog hetzelfde! Ook nu kun je ze nog lezen en dat doe ik ook. Maar dan gebruik ik wel een andere bijbel.
Karin: Bij jou op school vertellen ze ook verhalen uit de bijbel, hè Lieke? Ikzelf weet er niet zoveel van.
Lieke knikt en zegt: Maar oma, toen u die bijbel pakte viel er iets uit de kast! Kijk, het is een soort sleutel!
Oma:
Het is een sleutel, ja. Maar hij is gebroken. Er is een stukje af. Je kunt hem niet meer gebruiken denk ik. Trouwens, ik zou ook niet weten waar die sleutel ooit op heeft gepast.
Karin:
Misschien is hij al net zo oud als dat boek.
Lieke: Mogen wij hem hebben, oma? Ik vind het wel een grappig ding.
Oma:
Mij best. Ik heb er toch niets meer aan.

Verteller:
Lieke en Karin besluiten om buiten te gaan spelen. Ze doen hun jas aan en Lieke stopt de sleutel in haar zak. Voor oma’s huis is een groot plein. Daar komen vaak andere kinderen die ze kennen. Als ze naar buiten lopen zien ze dat Ard en Veronique er al zijn. Veronique noemen ze altijd Veer. Wel zo gemakkelijk. Ard en Veer roepen:

Hé Lieke, hé Karin! Komen jullie ook spelen?
Karin: Nee, wij gaan wandelen, nou goed?
Ard:
Ja hoor, geloof je het zelf? Volgens mij heb je meer zin in…
Veer: Kijk, daar heb je Kyra en Mees ook! Die willen ook vast meedoen!

Verteller: Op het plein kun je van alles doen. Je kunt er voetballen, verstoppertje spelen, tikkertje en paardje spelen. Je kunt zelfs van de trappen van het gebouw dat er staat, glijden. Maar vanmiddag doen ze dat allemaal niet. Lieke en Karin willen een spel uitproberen waar de oma van Lieke weleens over verteld heeft. Het heet ‘witte zwanen, zwarte zwanen’. En er hoort een liedje bij.

Karin:
Dan moeten we ons opstellen in twee rijen en het lied zingen. Aan het eind doen we onze handen omhoog en dan kunnen de achtersten erdoor.
Ard:
Oké. Het lijkt me een beetje een suf spel, maar we kunnen het wel even doen.
Karin: Hé, de sleutel is gebroken, staat er in dat lied. Dat is ook grappig.
Mees:
Hoezo?

Verteller: Dan haalt Lieke de sleutel van oma uit haar zak en laat hem zien. Ze vertelt dat oma niet weet waar de sleutel van is. De kinderen zien dat deze sleutel ook gebroken is. Net als de sleutel in het liedje. Over welke sleutel zou het eigenlijk gaan in dat lied?

Veer:
Ik zou wel wat meer over die sleutel willen weten. Misschien weet iemand in het museum het wel. Die mensen hebben toch verstand van oude dingen?
Mees: Ja, goed idee! Laten we er meteen heen gaan.

Verteller:
En zo gaan de kinderen op weg naar het museum. Daar is het niet druk en mevrouw Schat, die altijd in het museum werkt, komt naar hen toe lopen.

Mevrouw Schat: Goeiemiddag jongens, wat zijn jullie met een gezellige club! Hebben jullie zin in het museum op deze mooie middag?
Lieke: Nou, eigenlijk hebben we een vraag. Kijk, deze sleutel heb ik vanmiddag van mijn oma gekregen. Zij weet niet waar de sleutel van is. Nu dachten we dat u het misschien zou weten.
Karin: Ja, misschien is ie wel van zo’n mooie oude schatkist!
Mevrouw Schat: En als dat zo zou zijn hoop je zeker ook dat er nog een echte schat in de kast zit?
Ard: Jo, als dat zou kunnen! Dan kan ik een nieuw wave-board kopen.
Mevrouw Schat: Ik begrijp het. Maar nee, de vorm van de sleutel zegt me niets. Hij past niet op de schatkisten die ik hier heb. Bovendien is er een stuk af en een gebroken sleutel past nergens op. Bij sleutels komt dat altijd heel precies. Ze moeten helemaal gaaf zijn.
Kyra: Jammer, dan zoeken we ergens anders verder. Maar bedankt voor het antwoord. Tot ziens!
Mevrouw Schat: Tot ziens, kinderen. Succes met jullie speurtocht!

Verteller: De kinderen draaien zich om en gaan weg. Buiten overleggen ze waar ze nu verder kunnen zoeken. Ze besluiten naar het archief te gaan. Daar worden oude papieren bewaard en meneer Verwijs, die er werkt, weet erg veel van geschiedenis. Misschien weet hij ook iets over dat oude liedje van de gebroken sleutel. Bij het archief aangekomen bellen ze aan. Meneer Verwijs doet open.

Meneer Verwijs:
Nee maar, zoveel kinderen die op woensdagmiddag het archief willen bezoeken! Dat is leuk, kom binnen!
Lieke: Dank u wel meneer, we hebben een vraag voor u.
Kyra: Zij heeft een sleutel van haar oma en wij weten niet waar ie van is. Weet u het ?
Veer:
En we kennen een lied, witte zwanen, zwarte zwanen. Daarin gaat het ook over een gebroken sleutel. Misschien heeft onze sleutel daar iets mee te maken?

Verteller: Meneer Verwijs bekijkt de sleutel aandachtig. Je merkt hoe hij diep nadenkt over de vraag van de kinderen. Ondertussen neuriet hij het liedje ‘Witte zwanen, zwarte zwanen’.

Meneer Verwijs: Tja, kinderen, ik zou het zo direct niet kunnen zeggen. Maar over het liedje weet ik wel iets.
Mees: O ja, wat dan?
Meneer Verwijs: Het is een heel oud liedje. Veel mensen denken dat het over Engeland gaat, maar het gaat over engel-land. Het land van de engelen. De hemel dus.
Mees: Echt?
Meneer Verwijs: Ja, en de sleutel om dat land binnen te gaan is gebroken. Dat betekent dat mensen niet meer weten hoe ze er binnen moeten komen.
Lieke: En als de sleutel gemaakt is, is het land weer open?
Meneer Verwijs: Precies. Daarom wordt er in het liedje gezocht naar iemand die de sleutel maken kan: Is er dan geen timmerman die de sleutel maken kan?
Veer: Oké, dat is interessant, maar is de sleutel van Lieke dan de sleutel waar het over gaat?
Meneer Verwijs: Dat zou ik niet durven zeggen. Het spijt me, maar daar kan ik jullie niet mee helpen.
Karin: Nou, toch bedankt hoor. Dan zoeken we weer verder. Tot ziens!

Verteller: Lieke, Karin, Mees, Kyra, Veronique en Ard vertrekken weer. Wat nu? Wie kan hen nu nog verder helpen? Ard heeft een idee. Meneer Verwijs had het over engel-land, het land van de engelen. De hemel. De plek waar God woont. Daarom stelt hij voor naar het klooster te gaan.

Ard:
In het klooster weten mensen veel over God, en over het land waar engelen wonen. Misschien weten zij ook iets over de gebroken sleutel te vertellen.
Kyra: Durf jij zomaar naar het klooster te gaan?
Ard: Tuurlijk joh. Waarom niet?
Mees: Ik snap Kyra wel. Ik durf ook niet
Veer: Waarom niet?
Kyra: Nou, het ziet er altijd zo gesloten uit. Net of er niemand woont.
Lieke: Dat is niet zo hoor, er wonen allemaal vrouwen. Nonnen noem je die.

Verteller: Iedereen is het ermee eens: ze gaan naar het klooster. In de muur is een deur met een bel. Lieke belt aan. Gespannen wachten ze af. Gelukkig gaat de deur al gauw open. In de deuropening staat zr. Lucia, en naast haar staat nog een non, die altijd snel komt kijken als er iemand aanbelt. Dat is zuster Johanna.
Karin: Goedemiddag mevrouwen of eh, nonnen, mogen wij iets aan u vragen?
Zr. Lucia: Natuurlijk kind. Maar als je me aanspreekt kun je beter zuster zeggen. Ik ben zuster Lucia en zij is zuster Johanna. Nou vraag maar.

Verteller: Lieke diept de sleutel weer op uit haar zak en geeft hem aan zuster Lucia. Zuster Johanna kijkt natuurlijk mee. Opnieuw vertellen ze het hele verhaal en ook wat ze tot nu toe ontdekt hebben. Als ze uitverteld zijn kijkt zr. Lucia de kinderen aan en zegt:

Zr. Lucia:
Tjonge jonge, dat is een heel verhaal zeg. Eerlijk gezegd maken jullie mij ook nieuwsgierig!
Zr. Johanna: Mij ook!
Zr. Lucia:
Toen ik de sleutel zag moest ik denken aan een lied dat wij in het klooster zingen. In dat lied wordt Jezus steeds met een andere naam aangeroepen. Eén van die namen is: Sleutel van David.

Verteller: Zr. Lucia legde uit dat dit lied in de week voor het Kerstfeest gezongen werd. Elke avond een ander couplet met een andere naam.

Lieke:
Maar waarom dan ‘Sleutel van David’?
Zr. Lucia:
David was een belangrijke koning van het volk Israël. Hij leefde lang geleden, maar mensen in Israël hoopten dat er nog eens iemand geboren zou worden als koning David.

Verteller:
Ze vertelde verder: de mensen zeiden dat er ooit iemand geboren zou worden die de sleutel van dat koningschap zou krijgen. Later hebben mensen Jezus Sleutel van David genoemd omdat ze geloofden dat Hij die koning was.

Kyra:
Ik vind het wel ingewikkeld hoor. Snappen jullie het?
Mees: Nee, niet zo goed.
Karin: Ik eerlijk gezegd ook niet zo. Want ik weet ook niet zoveel van Jezus. Is hij koning geweest of zo?
Lieke: Nee, dat dacht ik niet.
Zr. Lucia: Nee, hij was geen koning op de manier zoals koningin Beatrix koningin van ons land is. Hij is niet door het land Israël gelopen als koning.
Zr. Johanna:
Nee, en hij had ook geen mooie gouden kroon.
Mees: Maar waarom wordt hij dan toch Sleutel van David, genoemd? Alsof hij wel koning was?

Verteller:
Zr. Lucia legde uit dat mensen Jezus hebben leren kennen als een heel ander soort koning. Een koning van een ander Koninkrijk. Het Koninkrijk van God. Daarvan had hij de sleutel in handen, zeiden ze. Ze bedoelden daarmee dat mensen door hem toegang krijgen tot dat Koninkrijk. Hij zet de deur ervan open. Ze zei: denk maar aan dat liedje van: Laat de kinderen tot Mij komen, alle alle kind’ren.

Laat de mensen tot Mij komen / over alle wegen.
Laat de mensen tot Mij komen / houdt ze toch niet tegen!
Want de poorten van mijn rijk / gaan ook voor hen open,
als ze aan een kind gelijk / bij Mij binnen lopen.

Lieke: Dus Jezus heeft de sleutel waardoor mensen het Koninkrijk van God binnen kunnen gaan?
Zr. Lucia:
Ja. En dat Koninkrijk is begonnen toen hij op aarde kwam. Iedereen die in Jezus gelooft en hem volgt snapt waar dat Koninkrijk over gaat. Iedereen die Jezus wil volgen mag helpen om te bouwen aan dat Koninkrijk. Het is het land van God waarin alle mensen in vrede wonen.
Ard: Is het ook het land van de engelen? U weet wel, van dat liedje?
Zr. Lucia:
Mensen zijn geen engelen, dat weet jij ook wel. Maar God belooft dat Zijn Koninkrijk eens voor iedereen zichtbaar zal zijn. Wie weet, zijn we dan wel engelen!
Kyra: Maar onze sleutel, wat heeft die met dit verhaal te maken?
Zr. Lucia:
Dat weet ik niet. Die sleutel is gebroken. Ik vraag me af of die nog ergens een deur kan openen?

Verteller: Meer konden zuster Lucia en zuster Johanna niet vertellen en daarom namen de kinderen afscheid. Ze zwaaiden nog één keer naar de zusters en keken elkaar aan. Ze slaakten een diepe zucht. Heeft de sleutel nou wel iets te maken met Jezus of niet ? Ze weten het niet. Misschien moeten ze eerst proberen de sleutel te laten maken. Want iedereen zegt dat de sleutel te oud of te kapot is. En omdat er ook een sleutelmaker in hun stad woont, besluiten ze daar naar toe te gaan...
Als ze bij de sleutelmaker aankomen geven ze hem direct de sleutel. Wat zou hij eraan kunnen doen? De sleutelmaker, meneer van ’t Oosten, bekijkt de sleutel maar hij trekt een diepe frons in zijn voorhoofd en zegt:

Sleutelmaker van ’t Oosten: Nee, jongens eh pardon, meiden en jongen, dit gaat niet lukken. Deze sleutel is te oud, het materiaal waar hij van gemaakt is past niet meer bij deze tijd. Je kunt het wel proberen met nieuwe metalen, maar dan breekt hij heel snel weer. Als je het mij vraagt: weggooien dat ding. Het is een waardeloos geval.
Ard: Weet u het zeker? Kan het niet met wat soldeersel? Of kan een smid hem niet maken?
Sleutelmaker van ’t Oosten:
Een smid? Jongen, in welke eeuw leef jij? Ken jij nog een smid? Met een aambeeld en een vuur? Dat is toch niet meer van deze tijd? Deze sleutel kun je echt beter weggooien. We hebben nu andere sleutels.
Karin: Soms heb je niet eens sleutels meer nodig. Past u maar op dat uw beroep straks ook niet meer bestaat. Mijn moeder gaat naar haar werk met een kaartje dat ze in een poort moet steken. Dan gaat de deur vanzelf open.
Sleutelmaker van ’t Oosten:
Ik vind jou een brutaal kind. En gaan jullie nu maar weg, want die oude rommel daar kan ik niks mee.

Verteller: De kinderen vertrekken. De gebroken sleutel van Lieke nemen ze mee. Zij vinden hem mooi, maar zullen ze ooit weten waar hij op past? Vandaag hebben ze geen tijd meer om verder te zoeken. De middag is om. Ze moeten weer naar hun eigen huis. Maar Lieke bewaart de sleutel in haar zak en alles wat erover gezegd is vergeet ze niet...
Dan, na een paar weken is het kerstfeest. Ook in de kerk van Lieke wordt het kerstfeest gevierd. Er is een kerstspel waarin allemaal kinderen spelen. Lieke heeft haar vrienden uitgenodigd en zo komt het dat ze er allemaal zijn en naar het spel kijken. De mensen in de kerk zingen een lied:

Nu zijt wellekome Jesu, lieve Heer,
Gij komt van alzo hoge, van alzo veer.
Nu zijt wellekome van de hoge hemel neer.
Hier al op dit aardrijk zijt Gij gezien nooit meer.
Kyriëleis.

Herders op den velde hoorden een nieuw lied,
dat Jezus was geboren, zij wisten 't niet.
Gaat aan gene straten en gij zult Hem vinden klaar.
Bethlem is de stede, daar is 't geschied voorwaar.
Kyriëleis.

Verteller: Het kerstverhaal wordt heel mooi uitgebeeld. Jozef en Maria zijn op reis en komen aan in Bethlehem.

Maria: Is het nog ver, Jozef? Ik ben zo moe.
Jozef: Nee, Maria, we zijn er bijna. Dit is Bethlehem al.
Maria: Waar gaan we slapen?
Jozef:
Misschien is er plaats in een herberg.

Verteller: Maar Jozef en Maria vinden geen plaats in een herberg. Alle slaapplekken zijn bezet. Eindelijk is er iemand die zegt dat Maria en Jozef wel in de stal van zijn huis mogen slapen. En daar, in de stal wordt ’s nachts Maria’s kind geboren. Ze legt hem in de voederbak. Buiten op het veld horen herders dat in de stad van David, Bethlehem, een kind geboren is, een kind dat Redder genoemd wordt. Dat is de betekenis van de naam Jezus. De herders haasten zich met hun schapen naar de stal. Maar de deur van de stal zit dicht. Ze kunnen er niet in.

Herder Ruth: Wat is dat nu? De deur zit op slot.

Verteller:
De herders proberen de deur open te krijgen maar dat lukt niet. Er zit wel een sleutelgat in de deur. Maar ja, de herders hebben geen sleutel.

Herder Mirjam: Hoe komen we nu binnen? We hebben geen sleutel.

Verteller:
Op dat moment voelt Lieke de sleutel in haar zak. Die gebroken sleutel, zou die hier op passen? Voor ze ’t weet staat Lieke op en loopt naar voren. Ze loopt naar de herders en zegt:

Lieke:
Ik heb al een tijdje deze sleutel in mijn zak. Hij is gebroken en de kans is klein dat hij past. Allerlei mensen hebben me gezegd dat je een gebroken sleutel nergens voor kunt gebruiken.
Herder Ruth: Zou dat zo zijn? Ik heb ook altijd gedacht dat ik niet geschikt was voor een boodschap van een engel. Ik dacht dat God vooral zou kijken naar belangrijke, goede mensen. En nu heb ik, een arme herder, die vaak fouten maakt, toch zo’n boodschap ontvangen. Dus misschien lukt het met die gebroken sleutel juist wél.
Lieke: Oké, dan proberen we het.
Herder Mirjam:
Is dit Jezus? De koning van het Koninkrijk van God, die geboren is?

Verteller: Er geeft niemand antwoord, maar als Lieke dichterbij komt ziet ze in de voederbak bij het kind een sleutel liggen.

Lieke: Kijk, een sleutel! Die sleutel lijkt op die van mij! Alleen is deze niet gebroken. Dus toch! Zuster Lucia heeft gelijk. Dit is de Sleutel van David. Dit is Jezus, de koning van het Koninkrijk van God. Ik ga gauw mijn vrienden halen.

Verteller:
De vrienden liepen Lieke al tegemoet. Samen gingen ze rond het kind Jezus staan. En ook andere mensen waren gekomen. Natuurlijk was oma er. Maar ze herkenden ook mevrouw Schat, meneer Verwijs, zuster Lucia, zuster Johanna en de sleutelmaker. De sleutelmaker boog zich over de sleutel van het kind en mompelde:

Sleutelmaker van ’t Oosten:
Hé, is die oude sleutel nu toch nog gemaakt? Dat verbaast me. Maar ik moet zeggen, hij is mooier dan ik gedacht had.
Lieke: Nee, deze sleutel is een bijzondere sleutel. Hij is van Jezus. Het is de sleutel van Zijn Koninkrijk. Hij is de koning die vandaag voor alle mensen geboren is! Met mijn sleutel heb ik dat ontdekt.

Alle kinderen in koor:

 

DECORONTWERP EN BOUW:
Giel van Leeuwen, Reggy Hulsken, Simone IJzelenberg, Rens IJzelenberg, Aad van Poppel, Simon Romijn

DECORSCHILDERS:
Annemarie , Amar en Therres van Maanen, Shanna Schouls, Frank en Lars Gabriëls, Maud de Knegt, Julia Sanderse, Judith en Ilse van Donk, Isabel, Frank en Jordy van der Krieke, Jaap Jan, Senne en Jesca den Boer, Saskia, Nikita en Isabella Hulsken, Quentin Willemse, Angela de Jonge, Marijke Speelman, Marleen van de Vate.

SPELLEIDING:
Esther van der Schee, ds. Joke van Voorst (en tekst).

FOTO's
Henk Walraven


naar het overzicht