Lezer:
Dit verhaal gaat over Jesse. Jullie kennen hem nog niet. Het eerste wat je over hem moet weten is dat hij dichtbij een bos woont. Jesse houdt van het bos. Hij heeft er zelfs een speciale boom, waar hij heel vaak in zit. Het is eigenlijk een beetje zijn boom. De boom van Jesse. Op een dag in november staat Jesse buiten op het schoolplein. De school is net uit en er komen wat jongens uit zijn klas om hem heen staan.

Bas: Hé Jesse, dat flik je ons niet weer, anders weten we jou te vinden!
Bent: Ja, joh, rare bosmuis, en sta nou niet zo stom naar de grond te staren, want je weet heus wel wat wij bedoelen.

Lezer: Jesse wist niét wat ze bedoelden. Het kon van alles zijn. Soms stelde hij een vraag en dan werden ze daar kwaad om. Of maakte hij een opmerking die ze niet leuk vonden. Dat hij van het bos hield vonden ze ook heel erg stom. Waarom deed hij niet gewoon, net als zij, vechtspelletjes op de computer? Jesse besloot om net te doen of hij niets hoorde en liep snel weg.

Bas: Ja, ga maar gauw weg, sukkel!

Lezer: Jesse liep weg, weg naar zijn boom. Hij had ook op het dak van de schuur kunnen klimmen, ver weg van iedereen, maar Jesse had nu eenmaal zijn boom. Op school begrepen de kinderen niet wat hij eraan vond, in dat saaie bos met die duffe boom. Jesse vond dat niet leuk, maar als hij eenmaal in zijn boom zat vergat hij alles. Er was in het bos zoveel te zien! Soms zag Jesse opeens een eekhoorn, zo maar, vlak voor zijn voeten onder de boom!

Jesse: Hé Knabbel, is het lekker?

Lezer: Knabbel gaf natuurlijk geen antwoord, maar dat gaf niks. Jesse vond het toch gezellig dat zij in de buurt was.

Jesse: (praat tegen zichzelf): Eigenlijk heb ik nu een klein takje nodig, dan wordt mijn beeldje nog mooier.

Lezer: Terwijl Jesse zoekt naar een geschikte tak stuit zijn voet opeens tegen een scherpe punt.

Jesse: Wat is dat nou weer? Het lijkt wel ijzer!

Lezer:
Het lukt Jesse niet om het voorwerp uit te graven. Hij heeft een schop nodig. Gelukkig is de boom niet ver van Jesse’s huis zodat Jesse besluit thuis een schop te gaan halen. Onderweg naar huis komt hij zijn zusjes Kirsten en Lucy tegen die met Jenny aan het spelen zijn.

Kirsten: Hé Jesse, waar ga jij naar toe?
Jesse: Dat gaat je niks aan.
Lucy: Wat heb je vieze handen, waar ben je mee bezig?
Jesse: Ik moet even thuis een schop halen en verder is er niks.
Jenny: Hij zal wel weer iets uitspoken bij die boom van hem.
Kirsten: Nou, die boom is anders heel leuk hoor. Soms speel ik mee en dan is het altijd spannend.
Jenny: Oké, ik bedoel er ook niks mee. Maar wat zou Jesse dan nu doen?
Lucy: Als we het willen weten dan moeten we hem stiekem volgen. Jenny:Ja, laten we dat doen! We wachten even achter die bosjes daar en als hij terugkomt dan volgen we hem.

Lezer:
Zo gebeurt het. Als even later Jesse terugkomt met een schop in zijn handen, sluipen de meisjes heel stil achter hem aan.

Jesse: Krijg nou wat! Het is een doos! Een trommel van blik, lijkt het wel. Er zit iets in! Een papier of zo.

Lezer:
Ondertussen kunnen Kirsten, Lucy en Jenny hun nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. Ze lopen op Jesse af en roepen:

Kirsten, Lucy en Jenny: Hé Jesse, wat heb je daar?
Jesse: Hu, waar komen jullie nou vandaan?
Jenny: Van de maan, nou goed?
Kirsten: Wat heb je daar, Jesse?
Jesse: Ik weet het niet, dit zat onder de grond en er zit iets in. Maar ik heb nog niet gezien wat.
Lucy: Nou, laat eens kijken dan!
Jesse: Ik heb hem gevonden, dus ik mag het eerst kijken.
Kirsten: Oké, maar schiet wel op hè. Misschien zit er wel een schat in, of een kaart met de route waar je een schat kunt vinden.

Lezer:
Jesse haalt het papier uit de trommel en vouwt het open. De meisjes komen om hem heen staan en kijken mee.

Kirsten: Waar slaat dat nou op?
Lucy: Een stomme tekening van een boom met mensen erin. Niks waard. Eén of andere kleuter zal dat wel hier verstopt hebben.
Jenny: Nou, boeie. Kom op meiden, we gaan weer. Laten we iets leuks gaan doen.

Lezer:
De volgende dag besluit Jesse de tekening mee te nemen naar school. Misschien weet de juf wat de afbeelding voor moet stellen. Jesse gelooft niet dat het zomaar een tekening is. Nog voor de andere kinderen op school zijn glipt Jesse het lokaal binnen.

Juf Tamar: Dag Jesse, wat ben jij er vroeg bij vanmorgen. Had je zo’n zin om naar school te gaan?
Jesse: Nou, dat niet, of eh, ik bedoel, daarom ben ik niet zo vroeg. Maar ik had iets gevonden bij mijn boom in het bos en ik weet niet wat het is.
Juf Tamar: Spannend! Laat maar es zien dan!
Juf Tamar: Nee, maar, dat is toevallig! Precies zo’n afbeelding heb ik deze zomer gezien in een kerk, toen ik op vakantie was. Dat was niet op een tekening, maar in een raam!
Jesse: Wat is het dan?
Juf Tamar: Nou Jesse, het is eigenlijk wel grappig, want deze afbeelding heet: ‘De boom van Jesse’. Het is een afbeelding die in de Middeleeuwen, heel lang geleden dus, gebruikt werd om de mensen te laten zien wie de voorouders van Jezus waren.

Lezer:
De juf vertelde verder en legde Jesse uit dat in de bijbel verteld wordt welke mensen in de stamboom van Jezus voorkomen. De boom begint bij Isaï en dan zie je koning David. De vader van koning David heette Isaï. Isaï werd ook wel Jesse genoemd. De zoon van David heette Salomo, die ook koning werd. Die koning staat ook op de tekening. En zo staan er heel veel koningen op totdat Jezus werd geboren.

Jesse: Dus als al die koningen in de stamboom staan dan is Jezus ook een soort koning?
Juf Tamar: Ja, Jesse, dat heb je goed begrepen. In de stamboom van Jezus, de boom van Jesse, staan vaak alleen de koningen getekend. Soms staan er een paar vrouwen bij, maar meestal niet.
Jesse: Ja, logisch. Mannen zijn ook belangrijker!
Juf Tamar: Ja, ja, denk dat maar. Het verstand komt met de jaren, zal ik maar zeggen.
Jesse: Hu?
Juf Tamar: Laat maar. Maar je hebt een prachtige tekening gevonden, Jesse.

Lezer:
De juf geeft de tekening terug aan Jesse en Jesse gaat nog even naar buiten voor de school begint.

Bas: Hé, ben jij al binnen geweest. Wat moest je daar smoezen met de juffrouw?
Bent: Ja, vertel maar eens op, wat heb je allemaal gezegd?

Jesse: Niks. Jullie hebben er niks mee te maken.
Bas: Foutje man. Wij hebben overal mee te maken.
Bent: Dat je dat nou nog niet snapt.

Lezer:
Gelukkig gaat de bel en moet iedereen naar binnen. Maar binnen loopt Bas direct door naar de juf.

Bas: Juf, Jesse heeft met u gepraat en hij wil niet zeggen waarover. Wij vinden dat niet eerlijk en wij willen weten waar hij het over had.
Juf Tamar: Nou, Bas, ook goeiemorgen. Jesse heeft inderdaad even met mij gepraat, maar het heeft niets met jou te maken. En als Jesse niet wil zeggen wat hij met mij besproken heeft dan hoeft dat ook niet. En ga nu maar naar je plek, want we gaan beginnen.

Lezer:
De schooldag gaat snel voorbij. Jesse gaat vandaag naar huis, en als hij thuis is ziet hij op tafel de krant liggen. De grote kop in de krant valt hem direct op:

ZIERIKZEE ZOEKT LOCATIE KERSTSTAL
Jesse leest hardop voor:

Het college van Burgemeester en Wethouders van Zierikzee heeft in haar laatste vergadering besloten een kerstbijeenkomst te beleggen voor de bewoners van Schouwen-Duiveland. In het kader van bevordering van sociale cohesie .....

Wat een moeilijke woorden. Wat is nou de bedoeling? Jesse leest verder:

en daarom zoekt de gemeente nu naar een geschikte plek voor de kerststal om daar de samenkomst te houden. Een kerk komt niet in aanmerking.....

Lezer: Hier stopt Jesse. Bij de woorden ‘een geschikte plek voor de kerststal om de samenkomst te houden’ krijgt hij opeens een steengoed idee. Als de burgemeester een kerststal wil weet Jesse een heel goede plek: natuurlijk op de open plek bij zijn boom: de boom van Jesse! Jesse vertelt niemand iets van zijn plan maar zoekt direct het adres van de burgemeester op. In zijn mooiste handschrift schrijft hij een brief.

‘Beste burgemeester’

U vroeg in de krant waar we het kerstfeest zouden kunnen vieren. Ik ken een plek in het bos, bij een boom. Ik heb er pas een heel bijzondere tekening gevonden. De juf vertelde me dat de tekening ‘de boom van Jesse’ heet. Er staan allemaal koningen op. Dat zijn de voorouders van koning Jezus. Ik wil u wel vertellen waar de plek is.

Hoogachtend, Jesse van der Bos


Lezer: Jesse doet de brief meteen in de bus bij het gemeentehuis. Ziezo. Nu maar afwachten of hij antwoord krijgt.

 

Secretaresse: Goedemorgen burgemeester Oldenziel
Burgemeester: Ook goedemorgen, Trudy. Heb je weer werk voor me?
Secretaresse: Ik denk het wel. De post is er al. In ieder geval is deze brief duidelijk voor u.
Secretaresse: Wat staat er in de brief, burgemeester?
Burgemeester: Tsja, het is een brief van ene Jesse van der Bos. Het gaat over een plek voor de kerststal en hij heeft het over een tekening, de boom van Jesse of zoiets. Ik vraag me af of het geen grap is.
Secretaresse: Laat es zien. Nee, ik weet het ook niet. Zou die Jesse wel echt bestaan?
Burgemeester: Dat weet ik ook niet. Weet je wat? We roepen Steutel er even bij. Het is net een werkje voor hem, om dat eens uit te zoeken.

Lezer: De secretaresse haalt wethouder Steutel op, die snel met haar meeloopt naar de burgemeester.

Burgemeester: Zo, dag Steutel. Goed dat je er bent. Ik heb hier een hoogst opmerkelijk schrijven. Ene Jesse van der Bos vertelt me dat hij een plek weet voor de kerststal. Hier, lees maar.......................
Burgemeester: Tja, het klinkt mooi, maar weet jij of er een Jesse van der Bos bestaat?
Wethouder Steutel: Nee, maar ik ga het direct voor u uitzoeken, burgemeester.

Lezer: De wethouder zocht de hele morgen in allerlei dossiers naar de naam van Jesse. Eindelijk vond hij het in de documenten van de burgerlijke stand. Gauw ging hij weer naar de burgemeester.

Wethouder: Ik heb het gevonden, burgemeester. Die Jesse bestaat echt. Hij woont aan de Dennenlaan, dichtbij het genoemde bos.
Burgemeester: Fijn, dan nodigen we hem direct uit voor een gesprek. Geef jij mijn secretaresse even opdracht hem te bellen?
Wethouder Steutel: Dag Trudy, zou jij dit nummer even willen bellen? Het is van Jesse van der Bos. Een belangrijk persoon. Er is haast bij.
Trudy: O, dus hij bestaat wel? Spannend zeg! Ik bel hem direct.

Lezer:
Zo gezegd, zo gedaan. En zo gebeurde het dat Jesse al snel op het gemeentehuis verscheen. Het was nog nooit gebeurd dat iemand zo snel antwoord op zijn brief had gekregen. Maar er was dan ook haast bij. Het was al november en voor je ‘t wist was het Kerst.

Burgemeester: Zo, dus jij bent Jesse. Ik vind het een heel goed plan van jou.
Jesse: Dank u wel, meneer. Als u het goed vindt kan mijn school het kerstverhaal wel naspelen. Ik heb het er al met mijn juf over gehad.

Lezer: De burgemeester en Jesse praatten verder over de plannen. Er werd afgesproken dat Jesse zou zorgen voor de spelers in het kerstspel. De rest zou de burgemeester doen. De volgende dag ging Jesse blij naar school. De tekening van de boom van Jesse nam hij weer mee.

Lezer: Op school waren alle kinderen samengekomen in de hal. Juf vertelde dat Jesse bij de burgemeester was geweest. Bent en Bas keken ongelovig naar Jesse, maar ze merkten wel aan de juf dat het echt waar was. De juf vertelde door over de boom van Jesse, en ze liet de tekening zien die Jesse gevonden had. Ze vertelde over het plan van de burgemeester en de stal. Ze vertelde over het kerstspel waar iedereen aan mee mocht doen. Toen ze eindelijk klaar was met vertellen riep Bas:

Bas: Ik doe mee juf.
Juf: Ja, Bas? Wat zou je willen zijn?
Bas: Nou, misschien een herder of zo. Of nee, want eigenlijk moet Jesse dat zijn.

Lezer: Nu keek Jesse heel ongelovig naar Bas. Meende hij dat nou? Bas vond hem toch een sukkel? Maar hij zag dat Bas het echt meende. Jesse voelde zich helemaal blij worden van binnen. Misschien werden Bas en Bent toch nog zijn vrienden... De juf verdeelde de rollen. Er waren herders en schapen, de wijzen uit het Oosten met hun geschenken, Jozef en Maria en er waren mensen die het feest gingen vieren. De juf zorgde ervoor dat iedereen een plekje had. Op de dag van de kerstviering trokken ze in optocht naar de plek in het bos, naar de boom van Jesse. Terwijl de kinderen op weg gaan naar de kerststal klinkt in de verte gezang:

Komt allen tezamen, jubelend van vreugde:
komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de vorst der englen hier geboren.
Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Dominee Helder: Welkom allemaal. Wat fijn dat u en jullie gekomen zijn om het feest van de geboorte van Jezus te vieren. Blij vieren we dat Hij onze koning is. Hij is onze koning van vrede!
Bas, Bent en Jesse kijken elkaar aan en stappen naar voren. Samen zeggen ze:
Onder de boom van Jesse vieren wij de geboorte van de koning van vrede!
Alle andere kinderen zeggen:
Wij wensen iedereen een kerstfeest vol blijdschap en vrede!




ROLVERDELING

Voorlezer
Jesse
zusje van Jesse, Lucy
zusje van Jesse, Kirsten
hun vriendin Jenny
juf Tamar
burgemeester Oldenziel
wethouder Steutel
secretaresse Trudy
dominee Helder
Bas
Bent
Eekhoorn Knabbel
Jozef
Maria
Herder
Herder
Wijze uit het Oosten
Wijze uit het Oosten
Wijze uit het Oosten
schaapje
schaapje
schaapje

Nikita Hulsken
Thomas Boot
Daniëlla Hitzert
Shanna Schouls
Britt van Liere
Amar van Maanen
Rosalie de Zeeuw
Leander IJzelenberg
Britney Bouwman
Therres van Maanen
Iwan de Cock
Ruben van Meer
Eveline Hitzert
Lars Gabriëls
Evy Bouwman
Ollie van Meer
Elaine Fertoute
Diede van Meer
Isabella Hulsken
Julia Sanderse
Lilian Fertoute
Eveline Hitzert
Jordy van der Krieke


DECOR:
Reggy Hulsken, Rens IJzelenberg, Simone IJzelenberg, Giel van Leeuwen, Aad van Poppel.
Schilders en versierders van de kerstboom:
Annemarie van Maanen, Colinda Gabriëls, Therres van Maanen en haar vriendin Tabitha, Nikita Hulsken, Isabella Hulsken, Lars Gabriëls en zijn neef Bent, Frank van der Krieke, Jordy van der Krieke, Rosalie de Zeeuw, Shanna Schouls.

SPELLEIDING:
Esther van der Schee, ds. Joke van Voorst

naar het overzicht