Kerstspel 2008

Verteller: In een doodgewone straat in Zierikzee woont de familie Koper. Vader en moeder Koper zijn vandaag vrij. Zo hebben ze een extra dag om het kerstfeest voor te bereiden. Er is nog zoveel te doen!
Moeder Elsa Koper. Kees, wat zullen we met Kerst eten? Die kookboeken staan vol moeilijke dingen. Die kan ik helemaal niet maken.
Vader Kees Koper Tuurlijk kan jij koken.
Moeder Elsa: lk zeg toch niet dat ik niet kan koken. Ik weet alleen niet wat ik voor eerste Kerstdag klaar zal maken.
Verteller: Op dat moment komen de kinderen binnenrennen. Het zijn David, Sterre en Christa. Zij zijn door het dolle heen, want hun kerstvakantie is begonnen.
David: Hé oudjes, hoe gaat ie?
Vader: Nou, een beetje kalmer mag ook wel. Straks voel ik me nog echt oud. Maar hier gaat alles goed hoor. Tenminste, als dit verdraaide lampje het nog voor Kerstmis wil gaan doen.
Moeder: We zullen eerst maar even een boterhammetje klaarmaken. Dan kunnen we ook gelijk afspreken wat we verder nog moeten doen. Misschien kunnen jullie me helpen te verzinnen wat we zullen eten met Kerst.
Sterre: Pizza!
Christa:Nee, pannenkoeken!
Moeder:Nee, dat is geen feestelijk eten voor de Kerst.
Verteller: Al gauw zit de familie rond de tafel en eet een boterham.
David.'Het was echt gaaf op school. We hebben lekker niks gedaan, want de juf was toe aan vakantie. Nou, wij ook!
Moeder: Mooie boel is dat. Maar ja, de laatste dag, dat is niet zo erg. Nu ik toch nog niet weet wat we gaan eten kunnen we het eerst wel even hebben over onze kerstkleding.
David, Sterre en Christa: Kerstkleding?? Wat is dat nou weer?
Moeder: Nou ja, ik bedoel wat we aantrekken met Kerst. Gewoon iets feestelijks. Een leuke jurk of mooie blouse.
David: Wat is er mis met een sweater en een broek van de Hema?
Vader:
Helemaal niks jongen. Maar ik denk dat mama bedoelt dat ze je weleens in iets anders wil zien met de Kerst.
David.,0, nou, iets gaafs van Billabong wil ik wel. Maar dan zegt ze weer dat het te duur is.
Moeder: Je doet nu net of er alleen maar Billabong en een Hema
Sterre: Een jurk wil ik niet. Dat is zo tuttig.
Vader en moeder: We gaan vanmiddag wel even in de stad kijken
Verteller: In de stad is het druk. Veel mensen doen inkopen voor de Kerst.
Mevrouw Veldhuis: Wat een drukte. Het lijkt wel of het geld iedereen op de rug groeit.
Meneer Veldhuis: Mensen klagen steep en been maar die kredietcrisis valt wel mee, zo te zien.
Mevrouw Veldhuis: Nou ja, wij lopen hier toch ook. En hoe heb jij niet zitten zeuren over ons verloren spaargeld bij de Landsbanki. Hebben we nu alles voor onder de Kerstboom bij onze Mirthe en haar kinderen?
Meneer Veldhuis: Dat mag ik toch hopen. Die kinderen worden vreselijk verwend.
Mevrouw Veldhuis: Ach, het is toch ook gezellig. Je moet maar zo denken: de andere grootouders doen niets aan Kerst. Die zijn ertegen om dan kadootjes te geven. Dat vinden ze niets met het Kerstfeest te maken hebben. leder zijn eigen mening, maar saai is het wel.
Verteller: David Koper let niet goed op en botst tegen mevrouw Veldhuis aan
Mevrouw Veldhuis:
Kun je niet opletten, jongen? Er lopen hier meer mensen zoals je ziet.
David: Sorry mevrouw, ik deed het niet expres.
Mevrouw Veldhuis: Nee, dat zal wel niet.
Verteller: Terwijl ze achter elkaar verder lopen komen ze bij een winkel die de familie Koper en Veldhuis nog nooit gezien hebben. Meneer en mevrouw Veldhuis lopen door, maar de familie Koper blijft staan. Ze hebben nog nooit van de naam gehoord: GZUS (djiezus) heet de winkel. En er staat een grote reclame op het raam: Voor al uw kerstkleding!
Moeder Elsa Koper: Hé jongens, een nieuwe winkel. Die ziet er leuk uit. Aparte naam wel. Zullen we eens binnen kijken?
Sterre: Hé, Christa, daar loopt Melanie ook met haar moeder!
Christa:
Hé, Melanie!
Melanie: Hé, zijn jullie ook in de stad? Wat zijn jullie aan het zoeken?
Christa: Kleren voor het Kerstfeest.
Moeder Jansen: Vind jij het al net zo leuk als Melanie? Die heeft helemaal geen zin in shoppen.
Melanie: Nee, stom gedoe.
Moeder Koper: Ik zei net: hier zit een nieuwe winkel.
Sterre: Ze hebben hier vast geen Geisha en geen April Evil. Het zijn vast stomme tutten kleren.
Melanie Ik weet niet. Het ziet er wel cool uit. We kunnen toch even kijken?
Kees Koper. Kom op, kijken kost geen geld.
Moeder Jansen: Daar hebt u gelijk in. Kom Melanie, dan kijken wij hier ook even.
Verteller: Ze stappen de winkel binnen. Een verkoper stapt op hen af. Als ze goed kijken zien ze op zijn rug twee vleugels gevouwen liggen.
Sterre begint te giechelen en fluistert tegen Christa:

Sterre: Chris, moet je zien wat hij op zijn rug heeft. Moet hij een engel zijn of zo?
Christa: Ssst, straks hoort hij je nog.
Verkoper: Goedemiddag, mensen. Welkom in de winkel. Mag ik me voorstellen? Ik ben meneer Matthijssen. Waarmee mag ik u van dienst zijn?
Moeder Koper: Goedemiddag, meneer. Wij zijn de familie Koper. En tja, we zijn benieuwd of u ons aan een leuke outfit voor de Kerst kunt helpen.
Wij willen er echt een groot feest van maken maar we hebben nog geen nieuwe kleren.

Moeder Jansen: Ik wil ook graag even meekijken voor mijn dochter en mezelf.
Verkoper: In welke richting zoekt u?
David: In ieder geval niet iets saais. Ik moet me er wel in kunnen vertonen. Hebt u ook Billabong of Tommy Hilfiger?
Sterre: Of iets van April Evil?
Verkoper: Tja, ik hoor het al. Jullie denken vooral aan bepaalde merken. Alsof je je op het kerstfeest alleen daarin kunt vertonen. De kleding in mijn winkel is geen merkkleding, maar het zijn wel kleren die helemaal passen bij het Kerstfeest. Ik zou zelfs durven zeggen dat je alleen met mijn kleren Kerst kunt vieren.
Kees Koper: Pardon, meneer Matthijssen, hoe bedoelt u?
Verkoper: We vieren het Kerstfeest omdat Jezus geboren is. Daarom heet mijn winkel ook GZUS. Dat lijkt op zijn naam. In het Engels dan he. Dat maakt mensen nieuwsgierig, en dan heb ik de kans om het uit te leggen.
Moeder Elsa Koper: Alles goed en wel, maar wat hebben uw kleren dan dat andere kleren niet hebben?
Verkoper: Kijk mevrouw. We vieren met Kerst de geboorte van Jezus. Jezus luisterde altijd naar mensen. En als hij naar je keek dan wist je: hij ziet me echt zoals ik ben. Jezus had handen om mensen aan te raken en te genezen. Met die handen deelde hij brood en veegde hij tranen weg. En hij had een groot hart, met veel liefde voor iedereen die op zijn weg kwam.
Melanie: Daarom hebt u die prints erop gezet!
Verkoper: Heel goed meisje.
David: Het klinkt allemaal wel mooi wat u zegt, maar wat heb ik daaraan? Die Jezus is toch van vroeger?
Verteller: Meneer Matthijssen legde uit datje Jezus nog steeds kunt ontmoeten. Hij vertelde wat hij daarmee bedoelde. Als je de kleren uit zijn winkel aandoet dan helpen ze je te onthouden wie Jezus is. En als je doet zoals Hij, met hart voor mensen, dan is Hij bij je.
Kees Koper: Ik vind het eigenlijk allemaal heel mooi. Zullen we iets passen?
Verkoper: Wanneer u besluit de kleding te kopen dan heb ik een speciale actie. Omdat het bijna Kerstfeest is.
U mag dan op reis naar Israël, het land waar Jezus geboren is. U moet dan naar Bethlehem gaan. Daar is de stal waar hij geboren is. En dit is voor jullie het teken: jullie zullen Hem vinden in doeken gewikkeld.

Verteller: Elsa, Kees, David, Sterre en Christa snappen niet zo goed wat de verkoper bedoelt. En ook Melanie en haar moeder kijken nog wat wazig. Maar ze zijn wel heel nieuwsgierig geworden. Daarom gaan ze de kleren passen. De kleren zitten heerlijk. Het is net of ze speciaal voor hen gemaakt zijn. Zelfs David en Sterre vinden het vet. En Melanie is helemaal blij dat ze zo snel iets gevonden heeft.
Met de kleren en de reispapieren van meneer Matthijssen gaan ze allemaal weer naar huis.


 

 

 

Verteller: Wie had dat gedacht. Een onverwachte vakantie naar Israël. Na de vliegreis lopen ze naar Bethlehem. Zullen ze daar Jezus echt vinden?
Christa: Mama, ik zie daar een heel leuk huisje met een mooie deur!
Moeder Koper: Inderdaad. Prachtig zeg.
David: Ik klop even aan, ik heb zo'n dorst.
Hanna: Dag jongen, wat kom je doen?
David: Dag mevrouw, ik heet David en ik zou zo graag een slok water willen.
Hanna: Natuurlijk, dat kan. Wat een mooie naam heb je. Ik heet Hanna. Welkom in mijn huis.
Verteller: Hanna vraagt wat de familie in Israël komt doen. Als ze hoort dat ze naar Bethlehem gaan om Jezus te zoeken wordt ze stil.
Hanna: Wie is dat dan?
Moeder Karina Jansen: Over Jezus wordt wel gezegd dat hij koning is van alle mensen.
Hanna: Koning? Mijn zoon Samuël moest altijd op zoek naar een koning voor Israël. Hij is er eigenlijk niet zo voor, maar het volk wilde het. En dan zocht hij iemand die doet wat God wilde. Zodat God eigenlijk op de eerste plaats koning bleef.
Moeder Karina Jansen: Zo'n koning zal Jezus ook zijn, als ik het goed begrepen heb. God zelf heeft hem gestuurd om in Zijn Naam op aarde voor de mensen te zorgen. En wij zijn op weg naar Bethlehem om zijn geboorte te vieren.
Verteller: Hanna knikt en glimlacht. Dat is mooi, zegt ze. Dan loopt ze naar een kist en haalt er iets uit te voorschijn. Het is een manteltje. Versierd met een regenboog en een groot hart.
Hanna: Kijk, dit is een manteltje. Het is van Samuël geweest toen hij nog heel klein was. Ik heb het speciaal voor hem gemaakt. Ik was zo blij toen hij geboren werd! Heel lang dacht ik dat God mij vergeten was omdat ik geen kind kreeg. Maar toen ik Samuël kreeg wist ik: hij is mij niet vergeten. God houdt ook van mij.
Moeder Elsa Koper: Wat een mooi jasje!
Hanna: Alstublieft. Neemt u het mee voor dat kindje Jezus. Als ik het zo hoor past het precies bij hem.

 

Verteller: Hanna zwaait de familie Koper uit en dan gaan ze op weg naar de stal. Het is al laat geworden. Ze kunnen de weg niet zo goed meer vinden. Maar gelukkig staat er een ster die het. pad wijst. Eindelijk is daar een stal. Jozef en Maria zijn binnen en Maria wikkelt het kind in doeken.
Vader Kees Koper: Hier moet het zijn.
Christa, Sterre en Melanie: 0, wat een schattig kindje. Dag lief kindje. We hebben voor jou iets meegebracht.
Maria: Wat een prachtig jasje is dat zeg.
Moeder Elsa Koper: Deze jas vertelt dat God ons niet vergeet en van ons houdt. Kijk maar naar de regenboog en het hart. We willen de jas aan Jezus geven omdat Jezus ons ook laat zien dat God ons niet vergeet en van ons houdt.
David: Hebt u onze kleren al gezien?
Verkoper Matthijssen (die inderdaad eigenlijk een engel is):Begrijpen jullie nu waarom de kleren uit mijn winkel hier zo goed bij passen?
Sterre: Ja, want de kleren helpen ons te onthouden wat belangrijk is.
Allemaal:
De kleren zijn als een jas van liefde om ons heen. Zo kunnen wij laten zien wie Jezus is!
Verkoper Matthijssen en engel Gabriëlla: Eer zij God in de hoge, en vrede op aarde!


Rolverdeling:
Verteller: Leander IJzelenberg ; Vader Kees Koper: Wouter Boot ; Moeder Elsa Koper: Rosalie de Zeeuw; David Koper: Frank van der Krieke ; Sterre Koper: Kina van Maanen ; Christa Koper: Jitske Speelman ; meneer Veldhuis: Tom Sanderse ; mevrouw Veldhuis: Maaike Speelman ; Verkoper, meneer Matthijsen: Cees Schilperoord ; moeder Karins Jansen: Shanna Schouls ; dochter (vriendin van Christa): Melanie Jansen: Britney Bouwman ; straatkrantverkoopster: Jolijne Mens ; Hanna: Amar van Maanen ; Jozef: Stijn Mens ; Maria: Therres van Maanen ; schapen: Angela de Jonge, Isabella Hulsken, Julia Sanderse

Decor:
Giel van Leeuwen, Rens en Evelien IJzelenberg

Spelleiding:
Esther van der Schee & ds. Joke van Voorst


 

naar de hoofdpagina naar het overzicht