Doop
Mathilde van der Veer

2 Samuël 15: 1 -12 en 1 Petrus 2: 3 – 9

De schikking bestaat uit een stuk boomschors met daaronder een paarse en witte doek, verwijzend naar de doopviering in deze Veertigdagentijd.
Veel lijnen uit deze dienst komen samen in het dooplied "Voor zoveel ogen"

Jij leeft vandaag voor zoveel ogen;
je wordt gedoopt, je bent gezien.
Men heeft zich over jou gebogen,
om de gelijkenis misschien,
om wat een ander van jou vindt?
Wie zal jou recht doen, mijn kind?

Zuiderwindlelies, wit bloemetjes met een zwarte stip in het midden verbeelden de vele ogen.
Een mens wordt op zoveel manieren bezien.
Die ogen herken je ook in een witte uienbol (ook veel bloemetjes) en, uit de kerktuin, de skimmia.
Sommige ogen richten zich naar de witte roos, God, andere weer naar allerlei andere kanten of naar de witte gerbera (dopeling Mathilde).

Ertussen zitten 3 gele bollen als beeld van het bedrog en manieren van kijken waarbij mensen slechts gebruikt worden.
De 2 gekleurde rozen staan voor de ouders, Jan Peter en Natalia, en de 2 gekleurde gerbera's voor de zusjes Louise en Elvire.
Zij helpen Mathilde om te ontdekken
waar je je oog op mag richten en hoe je mag leven
in het besef dat je liefdevol gezien bent bij God.
Richt bij wat je doet je oog op Jezus,
die bouwde aan Gods wereld, waar mensen recht wordt gedaan.

17 maart 2013